Waarschijnlijk het meest bekende merk: Commodore. Binnenkort hier een hoop folders en dergelijke, het is gescaned.. Nu de tijd nog
Commodore, de fabrikant van de in ons land populaire PET- en CBM-computers, heeft kort geleden een echt hobby-computersysteem op de markt gebracht. Deze computer draagt de naam VIC-20 en heeft bijna alles in zich wat men zich als hobbyist maar zou kunnen wensen.
Het apparaat kan plaatjes weergeven in kleur, het kan geluid produceren, er kunnen stuurknuppels op worden aangesloten en de uitbreidingsmogelijkheden zijn aanzienlijk. De computer dankt zijn naam aan een IC dat voor de besturing van het beeldscherm zorgt: de Video Interface Controller.
Groter dan een normaal toetsenbord is de VIC-20 niet. De toetsen nemen dan ook de meeste ruimte in beslag. Daaronder is print van behoorlijke afmetingen aangebracht, die vreemd genoeg maar voor de helft met IC’s is bezet. De andere helft wordt gebruikt voor de voeding. Deze bestaat uit een bruggelijkrichter, een condensator en een spanningsregelaar die is gemonteerd op een nogal fors bemeten koelplaat. Voor een voedingstrafo is in de kunststof kast geen plaats. Deze wordt los bijgeleverd en geeft een wisselspanning af van 9V bij 3A.
Microprocessor en geheugen
Het hart van de VIC-20 — ook wel volkscomputer genoemd — wordt gevormd door een 6502 microprocessor van MOS Technology, die nauw samenwerkt met een 6561 . Deze laatste is de eigenlijke video interface controller die tot taak heeft het beeldscherm te bestuderen. Omdat de video interface chip eigenlijk is ontworpen om te worden gebruikt in TV spelletjes, zorgt deze niet alleen voor de besturing van het beeldscherm, maar bevat het IC tevens twee A/D-omzetters die de positie van twee game paddles (stuur knuppels) omzetten in 8-bit woorden. Verder heeft de 6561 nog een ingang waarop een lichtpen kan worden aangesloten. Op het moment dat de pen een oplichtende punt op het scherm tegenkomt wordt de positie van de elektronenstraal opgeslagen in een register.
Standaard heeft de VIC 5 1/2 Kbyte RAM, ondergebracht in 11 geheugen-IC’s van het type 2114. De gebruiker heeft hiervan 3583 bytes tot zijn beschikking. De rest wordt gebruikt als beeldschermgeheugen en als tijdelijk werkgeheugen (1 Kbyte). Het beeldschermgeheugen bestaat uit twee stukken; in het eerste stuk (locatie 7680 tot 81 85) is de inhoud van het beeldscherm opgeslagen.
Het RAM kan via de uitbreidingspoort met 3 Kbyte- of 8 Kbyte modulen worden aangevuld tot een totaal van 32 Kbyte. Vervelend is echter dat wanneer de uitbreiding groter is dan 3 Kbyte het beeldschermgeheugen verschuift naar de locaties 4096 tot 4601 , terwijl ook het gedeelte waarin de kleur is opgeslagen verschuift. Programma’s die zijn geschreven op de standaarduitvoering en waarin veel PEEK en POKE-opdrachten naar het beeldscherm voorkomen, zullen bij uitbreiding de nodige problemen opleveren. Commodore adviseert dan ook om deze opdrachten met een offset waarde te programmeren, zodat het aanpassen gemakkelijker is. Geheugenuitbreiding op de print is helaas niet mogelijk.
Toetsenbord
De 62 toetsen van het toetsenbord hebben een indeling die gelijk is aan die van een normale QWERTY-schrijfmachine. Met de lettertoetsen kunnen alle bekende PET-graphics worden gegenereerd. Per toets kunnen twee grafische sybolen worden verkregen, zodat het aantal functies per toets vier bedraagt, nl.. hoofd- en kleine letters en twee grafische symbolen. Om deze vierfuncties te benutten is naast de normale shift-toets een zgn. Commodore-toets aanwezig. Deze toets is gemerkt met het Commodore-vignet en heeft een ongeveer gelijk effect als de shift-toets, met dien verstande dat bij het indrukken van de Commodore-toets èn een lettertoets het links op de toetskap gegeven grafische symbool op het scherm verschijnt, terwijl met de shift toets het rechter symbool wordt gekozen. Gelijktijdig indrukken van de Commodore en de shift-toets zet de computer in de upper/lower case mode en het nogmaals indrukken van beide toetsen zet de computer weer terug in de normale mode. Dit alles is nogal ingewikkeld en het vereist enige oefening voordat men vlot met alle mogelijkheden (en het zijn er heel wat) overweg kan.
Op de voorzijde van de cijfertoetsen zijn kleuren vermeld die met behulp van de control-toets kunnen worden aangesproken. Het indrukken van één van de kleurtoetsen zorgt ervoor dat de tekst die daarna wordt ingetypt in die kleur op het scherm verschijnt. Deze kleuren (resp. zwart, wit, rood, cyaan, purper, groen, blauw en geel) zijn in letters op de toetsen geschreven. Aantrekkelijker en ook beter was het geweest als men hier gekleurde vlakjes had gebruikt. Toetsen die vaak achter elkaar worden gebruikt, zoals cursorbesturing, correctie- toets (INST DEL) en de spatiebalk hebben een automatische repeat. Door het geven van de opdracht POKE 650, 255 krijgen alle toetsen een automatische repeat functie. Toetsen met een speciale functie zijn verder RVS ON en RVS 0FF, waar- mee een reverse video model (donkere tekst op een lichte achtergrond) kan worden in- resp. uitgeschakeld, RUN STOP, voor het onderbreken van een programma en RESTORE. Gelijktijdig indrukken van beide laatste toetsen heeft hetzelfde ef fect als het even uitschakelen van de voedingspanning, alleen de programma’s in het geheugen gaan niet verloren. Wat opvalt is het ‘rammelen’ van de toetsen, iets wat op den duur irritatie veroorzaakt.
Beeldscherm
De VIC-20 is in principe bedoeld om te worden gebruikt met een kleurenbeeld scherm. Jammer genoeg heeft het apparaat geen ingebouwde HF-modulator en geeft via een DIN-aansluiting een audio- en videosignaal af. Standaard wordt echter een apart kastje, met daarin een UHF modulator meegeleverd. Hierin worden audio en video gemengd tot een signaal dat op de antenne-ingang van een normale huiskamer TV kan worden aangeboden. Wat de reden van deze losse modulator is, is een raadsel, want in de kast is ruimte genoeg om deze onder te brengen. Het scherm is ingedeeld in 23 regels van 22 karakters. Die 22 karakters per regel zijn natuurlijk erg weinig en de tekens zijn dan ook onwezenlijk breed.
Om de 23 x 22 displaymatrix loopt een kader, dat ongeveer 40% van het scherm beslaat. Het scherm wordt dus maar voor een deel benut. De kleur van dit kader is samen met de kleur van het displayvlak opgeslagen in geheugenplaats 36879. Voor het kader heeft men de keuze uit 8 kleuren en voor de achtergrond zijn dit er 1 6, zodat het aantal mogelijke combinaties 128 is. Het POKEN van een getal tussen 1 en 255 nar locatie 36879 levert de gewenste combinatie op. In de documentatie is hiervoor een duidelijke tabel gegeven.
De kwaliteit van de modulator is goed, want het beeld staat mooi rustig op het scherm. Ondanks dat vermoeit het werken met de VIC snel. Misschien is dit te wijten aan de enorme afmetingen van de tekens.
BASIC
De in de VIC gebruikte BASIC is een enigszins door Commodore aangepaste versie van Microsoft BASIC en is vrijwel identiek aan de bij andere PET/CBM computers gebruikt BASIC’s. Dit impliceert niet dat programma’s van de VIC en PET machines uitwisselbaar zijn.
Handig voor bijv. het bepalen van loop- tijden van wachtlussen is de functie TIME$ of Tl$. Hiermee kan de ingebouwde klok worden bestuurd. De opdracht Tl$ = ‘000000’ zet de klok op nul en met de statement PRINT TI$ kan daarna de tijd worden opgevraagd. Deze wordt dan ge- geven in de vorm van een getal van zes cijfers, waarvan de eerste twee cijfers de uren, de middelste twee de minuten en de laatste twee de seconden voorstellen. In plaats van de volledige BASIC-statements te gebruiken, kan ook worden vol- staan met een afkorting. Deze afkorting bestaat uit de twee eerste letters van de statement. De eerste letter wordt normaal ingetypt en de tweede letter wordt samen met de shift-toets ingedrukt. LOAD wordt op die manier ingevoerd als L (shift) 0 en NEXT wordt N (shift) E.
De VIC-20 heeft drie ingebouwde toongeneratoren en een ruisgenerator, waarvan het geluid via de luidspreker van de televisie hoorbaar wordt gemaakt. Elk van de drie toongeneratoren bestrijkt drie octaven en ze nemen ieder een deel van het audiospectrum voor hun rekening. De generatoren, aangeduid met tenor, alt en sopraan, worden aangesproken door een getal tussen 128 en 254 in resp. de geheugenlocaties 36874, 36875 of 36876 te POKEN. De ruisgenerator wordtop gelijke manier geactiveerd in locatie 36877. Het volume van deze vier geluidgeneratoren is opgeslagen in geheugenplaats 36878 en wordt bepaald door een getal tussen 0 en 15. Wanneer men een programma, waarin een toon wordt opgewekt, onderbreekt door op RUN STOP te drukken, zal de toon blijven doorklinken. Pas als RUN STOP en RESTORE gelijktijdig worden ingedrukt stopt het geluid. Het programmeren van de VIC is niet zo simpel als bij een computer van deze prijsklasse gewenst is. Vooral wanneer veel met kleur en geluid wordt gewerkt, zal al snel een onoverzichtelijke hoeveelheid POKE-instructies ontstaan.
Interfaces
Over aansluitingen voor randapparatuur hebben we niet te klagen bij deze computer. Op de achterzijde van de kast vinden we (afb. 3):
— een uitbreidingsbus waarop geheugen- modulen (RAM) kunnen worden aangesloten. Ook is het mogelijk hierop programmamodulen (ROM) aan te sluiten;
— een video-aansluiting die direct een kleurenmonitor kan sturen, of via een modulator een huiskamer TV. Op deze vijfpolige DIN-bus is tevens een audio signaal beschikbaar dat via de TV-luidspreker kan worden weergegeven;
— een serie-interface voor het aansluiten van een printer of een floppy disk;
— een cassetterecorde ri nterface waarop een speciale Commodore cassetterecorder kan worden aangesloten;
- een gebruikerspoort.
Naast bovenstaande interfaces heeft de VIC nog een speciale connector voor spelletjesattributen. Op deze, aan de zijkant van de behuizing gemonteerde, aansluitbus kunnen een joystick, twee game paddles en een lichtpen worden aangesloten. In fig. 4 zijn nog eens alle aansluitmogelijkheden van de VIC weergegeven.
Documentatie
Bij de VIC wordt een Nederlandstalige handleiding geleverd, waarin op populaire (té populaire?) wijze het werken met de computer uit de doeken wordt gedaan. Deze handleiding is duidelijk gericht op een jong publiek, want veelal is de tekst verluchtigd met grappige schetsjes. Iemand die nog nooit met een computer heeft gewerkt, kan aan de hand van dit boekje met zon apparaat leren omgaan. Een ‘grappige’ fout staat op pag. 5: er is een beeldscherm getekend met de tekst:
PRINT ‘REGENBOOG’. Daaronder staat: RAINBOW. Hopelijk denken té jeugdige gebruikers nu niet dat de VIC ook vertaalt ...
Achterin de handleiding zijn diverse voorbeeldprogramma’s afgedrukt, helaas in de Engelse taal.
In het ‘Informatieboek voor VIC-programmeurs’ kan men verder uitgebreide- re informatie over deze computer vinden. Naast deze twee boeken zal in de toe komst een ROM-cassette met een begeleidend boekje worden gemaakt, waar- mee een aantal aspecten van het gebruik en het programmeren van de VIC-20 anders zal worden toegelicht.
De VIC-gebruikersclub, postbus 12972, 1100 AZ Amsterdam, geeft het blad ‘VIC Primeurs’ uit, waarin handige tips voor de bezitters van de computer worden gegeven. Ook de PET/CBM-gebruikersclub Burg. van Suchtelenstraat 46, 741 3 XP Deventer, besteedt regelmatig aandacht aan de VIC. Hier is ook het Amerikaanse tijdschrift ‘Home and Educational Computing’, dat geheel aan de VIC is gewijd, te verkrijgen.
Conclusie
Over één ding kunnen we het eens zijn: de VIC-20 is een computer met een hoeveelheid mogelijkheden die zijn gelijke niet kent. De mogelijkheden beperken zich echter wel alleen tot het hobby-gebruik, want voor professionele toepassingen is de VIC minder geschikt.
De prijs van het apparaat is goed afgestemd op de hobby-markt. Voor een ‘kale’ VIC-20 moet men 1199 gulden neertellen. Onder kaal wordt hier verstaan de computer, de voeding en het kastje met de UHF-modulator. Al snel zal men echter merken dat een cassetterecorder voor het opslaan van programma’s onontbeerlijk is en dan schrik je wel even, want de recorder die bij de VIC hoort, kost maar liefst 229 gulden. Een andere, goedkopere recorder kan niet worden gebruikt. Is men niet tevreden met de interne 51/2 Kbyte RAM, dan kan dit worden uitgebreid met externe RAM-modulen. Een 3, 8 of 16 Kbyte module kost resp. 1 49, 21 6 en 349 gulden.
Programma’s kunnen ook worden opgeslagen op een floppy disk drive. Deze heeft een capaciteit van 170 Kbyte, met t.o.v. een cassetterecorder het voordeel dat het wegschrijven en laden van programma’s veel snellér gaat. Snelheid moet ook hier betaald worden: de disk drive kost f 1995,—.
Minder prettig vonden we de losse voeding en de losse UHF-modulator. Dit levert een rommelig geheel op en we vragen ons af, waarom deze zaken niet een plaatsje in de behuizing hebben gekregen.
Een minpuntje is ook de manier waarop de informatie op het beeldscherm wordt gepresenteerd.
Het is nauwelijks bij te houden. De razend populaire 8K PET met het kleine toetsenbordje heeft met recht de wereld veroverd. Hierna komt de PET!
CBM met het grote toetsenbord, die vanaf het begin in een ,,normale” en een ,,business” uitvoering verkrijgbaar is. Het verschil tussen deze twee is aan de buitenkant zichtbaar aan het afwijkende toetsenbord; de ,,business” uitvoering mist de grafische tekens op de toetsen. Tevens is de
BASIC van de PET verbeterd en is de machinetaal monitor toegevoegd in het ROM. De Commodore randapparatuur in de vorm van floppy drives en printers is beschikbaar — maar als men denkt, dat de produktlijn na alle aanloopproblemen compleet is, treedt het veranderingsmechanisme opnieuw in werking: het kan nog beter — maar vooral groter!
J. G. Smilde
Van de 8000 serie zullen we ons hier bezighouden met model 8032, een microcomputer met de vertrouwde 6502 microprocessor, maar met groter scherm (31 cm diagonaal ten opzichte van 23 cm van de voorgangers) dat 80 karakters per regel herbergt; het dubbele aantal van de bekende PET’s. Het aantal regels is echter gelijk (25). Er is 32Kbyte gebruikersgeheugen (RAM) aanwezig, vandaar de 8032 benaming. Ook een 16K model is gepland, maar nog niet vertoond.
Om sneller te kunnen werken, is voor- zien in een verbeterde schermopmaak (versie 4.1) en het BASIC-repertoire is opnieuw aangepast en uitgebreid met een verbeterd (gemakkelijker toegankelijk) DOS. De nieuwe ,,disk BASIC 4.0” beslaat maar liefst l8Kbyte ROM.
Op schijvengebied kunnen we een sterke ontwikkeling verwachten:
— Model 8050, dubbele mini-schijfgeheugeneenheid met S2OKbyte per schijf
Model 8060 en model 8062, respectievelijk 1,5 Mbyte en 3,5 Mbyte per schijf. Hierbij worden grotere 8 inch diskettes gebruikt.
Voor 1981 is een hard-disk gepland met een opslagcapaciteit van 10 Mbyte. Er komt een nieuwe afdrukeenheid (printer), model 8024 met 132 tekens per re gel en een afdruksnelheid van tenminste 160 tekens per seconde, bedoeld voor continubedrijf. Bovendien is een nieuwe wordprocessor (Wordpro IV) voor de 8032 op komst.
Bezitters van de 2040-disk kunnen hun ROM’s vervangen, want het nieuwe DOS 2.0 werkt samen met de nieuwe disk-BASIC. Mensen met een 16 en 32Kbyte PET/CBM kunnen eveneens het nieuwe disk-BASIC 4.0 plaatsen — als ze dat graag willen.
Er schijnt nog een echte plotter, de CBM 3050, te zijn (in Duitsland?) en er is een modem-interface ontwikkeld in de VS. Zoals gebruikelijk, dient men de importeurs niet te storen met lastige vragen over de verkrijgbaarheid van nog niet geïntroduceerde apparatuur; bij Commodore weet men nooit, of het komt (een leuk voorbeeld is de kleuren-PET) — en als het komt, minimaal met zes maanden vertraging na de eerste geruchten. Geen paniek en gewoon uw tijd afwachten — loop op geregelde tijden een computerwinkel binnen, of wacht op de advertenties van deze produkten in de vakbladen.
Opbouw van de 8032
Het vergrootte scherm valt bij kenners onmiddellijk op. Toch is de behuizing niet breder geworden, terwijl de totale hoogte met slechts 2,5 cm is toegenomen. Men heeft het toetsenbord onder een andere hoek geplaatst, het staat nu iets horizontaler. Men kan de hele beeld- buiskap afnemen, door slechts twee schroeven van de achter/onderkant lost te draaien. De videoprint is daarmee gemakkelijk toegankelijk.
Wil men het moederbord bekijken, dan kan men de twee schroeven aan de zijkanten verwijderen. Zoals gebruikelijk, scharniert het toetsenbord met beeldscherm achterover (de motorkap optillen) en blijft het geheel op een stangetje rusten; die zit nu aan de voorkant in plaats van aan de linkerzijkant in de behuizing (afb.2). Het moederbord ziet er keurig verzorgd uit met zijn vijf rijen lC’s. Links weer de spanningsregelaars op een koelelement. Hiernaast een hele rij met 16 stuks MB 8116 RAM’s onder elkaar. In het midden de PIA, VIA en de 6502. Meer naar voren de ROM’s met de twee vrije plaatsen voor een machinetaal wordprocessor, toolkit, enz.
Opvallend is de ingebouwde zoemer aan de rechtervoorzijde. Hier komen we nog op terug. Zoals gebruikelijk aan de achterkant de IEEE-connector voor de aansluiting van randapparatuur, de gebruikerspoortconnector (8-bit parallel) en de aansluiting voor de (externe) cassetterecorder 1. Aan de rechter zijkant bevindt zich de cassetterecorder-Il aansluiting. Om de zaak wat moeilijker te maken, zijn de geheugenuitbreidings connectoren (de rechtopstaande pennen aan de rechterzijde van het moeder- bord) voor de broodnodige variatie niet in één lijn geplaatst, zodat een Compu/ Think floppy disk bezitter niet zomaar zijn handel kan ombouwen als hij overgaat op de 8032, want zijn uitbreidings print behoeft enkele verlengkabeltjes met passende stekers. Ook dient zijn disk operating system (DOS) aan de gewijzigde BASIC te worden aangepast.
Toetsenbord
De 8032 is typisch gericht op ,,het kleine bedrijf”, zodat men tevergeefs zal zoeken naar grafische tekens (de typiste wordt dus niet afgeleid). De cursor verplaatsingstoetsen en de insert/ delete- en spatietoetsen repeteren automatisch, nadat men ze een halve seconde heeft ingedrukt — daarna gaat het ca. tienmaal zo snel. De andere toetsen kunnen ook repeteren door gelijktijdig de repeat-toets in te drukken. Dit gebeurt dan zonder wachttijd.
In het begin hadden we wat moeite met enkele veelgebruikte toetsen: aanhalingstekens, haakjes, sterretje en vraag- teken, want deze moeten samen met de shifttoets worden gebruikt, en dat zijn we niet gewend, eigenlijk. Ook de plaatsing is afwijkend, zodat een gewenningsperiode noodzakelijk is (het scheiden en zuchten bij het afleren van gewoontes die zijn ,,ingebakken” bij voor- gaande PET’s). Over de speciale functie- toetsen zullen we het nog uitgebreid hebben.
Schermindeling
De tekenset is gelijk gebleven aan die van de bekende voorgangers- evenals de POKE 59468,xx waarmee men omschakelt tussen hoofd-en-kleine-letters! grafische tekens, Om de leesbaarheid te vergroten, zijn er twee rijen spaties tussen de tekstregels bij hoofd!kleine letter bedrijf. Bij overschakelen naar grafisch bedrijf klapt het scherm in elkaar en sluiten de grafische tekens aan : een interes sant probleem, als men tekst en tekeningen wil combineren. Ook wordt de tekst weer veranderd in hoofdletters bij grafisch bedrijf. Met deze onhebbelijkheid moet men bij Commodoreprodukten continu leren leven. Het schermgeheugen begint nog steeds op locatie 32768, maar is nu verdubbeld en 2000 tekens lang. Programma’s, die zijn geschreven voor een 40 tekens!regel machine en die wat POKE’s doen naar het schermgeheugen, moeten worden aan- gepast. Een voor de hand liggend aardigheidje: als men PET BASIC program- ma’s draait op de 8032, heeft men dubbele regelspaties, de grafische afbeeldingen sluiten niet aan en.. de rechterkant van het scherm blijft blanco. Dit betekent, dat alle bestaande programma’s moeten worden aangepast!
Zoemer
Een nieuw grapje is de zoemer, die via een software-routine wordt bestuurd. Gedurende 1/4 seconde produceert hij een reeks toontjes bij het bereiken van de 75-ste regelpositie. Programmatisch kan men de zoemer aanroepen met CHR$ (7), de ASCII bel-code. (Veel noodzakelijker zou bijvoorbeeld een reset-schakelaar zijn, gecombineerd met de mogelijkheid om uit een machinetaal- programmalus te komen, zonder de machine uit te schakelen, doch helaas: een resetschakelaar mist nog steeds!) Het bel-signaal is tevens te horen op de CB2-Iijn van de gebruikerspoortconnector als men hierop een versterkertje aansluit.
Besturingsysteem
De 8032 heeft een nieuwe versie van de scherm besturing (screen editor) met talrijke uitbreidingen. Een nieuwe disk- BASIC bevat veel opdrachten, die voordien via het DOS-programma van de schijf moesten worden gehaald. Tevens is een nieuwe ROM in de 2040-disk noodzakelijk, die extra functies toe- voegt (initialiseren bij inschakelen), al- hoewel een ander disk-format wordt gebruikt. Dit is DOS 2.0. Maar eerst de schermbesturing.
De screen editor, versie 4.1, geeft extra besturingsfuncties, die in tabel 1 zijn samengevat. Door intypen van het besturingskarakter, dat overeenkomt met de gewenste functie, kan men de zoemer inschakelen, het beeld op en neer laten rollen over het scherm, regels tussen- voegen of verwijderen, het begin of het eind van een regel wissen, of de ge- wenste tekenset selecteren zonder de bekende POKE te gebruiken. Twee speciale opdrachten vormen een ,,rollend venster”, Dit ,,scrolling window” beslaat normaal het hele scherm (80 tekens/regel x 25 regels), waarbinnen het programma werkzaam is.
Door de opdrachten ,,set top” en ,,set bottom” kan een venster worden gecreëerd, dat slechts een deel van het scherm beslaat, De cursor wordt op de gewenste positie gebracht (links boven) en het ,,set top” karakter geschreven.
Daarna wordt de cursor naar de rechter benedengrens bewogen en het ,,set bot- tom” karakter geschreven. Na deze definitie kan het programma niets afdrukken op het scherm buiten de gestelde grenzen. De zoemer loopt automatisch mee: vijf tekens voor het eind van het beschermde veldregeltje geeft deze een pieptoon af. Als men op het toetsenbord de ,,home” toets bedient, gaat de cursor terug naar de linkerbovenhoek van het venster, Bij 2 x ,,home” achter elkaar is
het volle scherm weer beschikbaar.
Er is tevens een tabulator (,,tab”), waar- mee men de cursor naar een gedefinieerde plaats kan bewegen, of naar het eind van de regel als geen tab’s zijn aan- gebracht, De cursor verplaatst zich bij een klein gedefinieerd venster met de ,,tab” functie niet over de laatste positie. Met de ,,shift-tab” functie kan men een tab aanbrengen of verwijderen van de plaats,waar de cursor zich bevindt, Om- dat er maar één teken is voor beide functies, dient men bij het programmeren zorgvuldig om te springen met deze functie, Behandel de ,,tab” en ,,tab-set” tekens als normale cursor besturingstekens. Men kan er 80 aanbrengen per scherm, Dit geldt echter uitsluitend voor het scherm: op de printer hebt u er niets aan, Met de ESC-toets kan men de schermbesturing uit het ,,tussen aanhalingstekens” bedrijf halen. Bij een BASIC-print opdracht achter een aanhalingsteken komt men tot de ontdekking, dat een teken is vergeten. Bij een ,,oude” PET moest men dan alle voorgaande tekens wissen met de ,,delete” toets, of eerst een aanhalingsteken typen om cursor beweging weer mogelijk te maken, Bij de 8032 dient men eenvoudig op de ESC-toets te drukken de cursorbesturing komt terug, waarna men de tikfout herstelt. Hierna vervolgt men de tekst. Maar: men kan nu geen besturingskarakter meer toevoegen, omdat men ,,er uit” is gesprongen. Dus toch niet helemaal volmaakt, eigenlijk...
Wel kan men besturingskarakters invoeren zonder de CHR$(xxx) opdracht te gebruiken. Alle karakters, die invers worden uitgevoerd, worden door de BASIC interpreter in de string omgezet in besturingskarakters. Door achtereenvolgens te typen : aanhalingsteken-ESC-RVS-g wordt een ,,control-G” of bel (07) ingevoerd. De ESC-toets zal de RVS-toets laten werken in plaats van hem in de string in te voeren.
Ook de functie van de RUN-toets is gewijzigd . Deze wekt achtereenvolgens ,,DLOAD-return-RUN-return” op ! Hiermee kan men nu het eerste programma van de floppy in eenheid 0 van de 2040 halen. Met de normale LOAD-opdracht kan men een programma van de cassette halen.
De RVS-toets vertraagt het rollen van het programma over het scherm niet meer. Dit kan nu met de ,,pijltje-naar links” toets. Men kan een schermlisting stoppen met de colon (:) toets. Door de pijltje-naar-links toets in te drukken, gaat het programma weer verder; erg handig voor controledoeleinden in samenwerking met de ,,scroll-up” toets. Men kan nu in een listing ook terugkijken naar voorgaande regels. Zeer flexibel.
Disk-BASIC
De eerste Commodore BASIC 1.0 werd vrijgegeven in augustus ‘77 voor de PET 2001-8K computer. Versie 2.O van juli’78 voegde de machinetaalmonitor toe en corrigeerde fouten van versie 1.0. In mei ‘79 was versie 3.0 klaar, maar deze is nooit in produktie gegaan. Deze versie zou een snellere string-verwerking opleveren.
De nieuwste versie 4.0 disk-BASIC heeft alle eigenschappen van de voorgaande versies, plus correcties van versie 2.0. De 2040 disk-opdrachten zijn geïntegreerd in BASIC en een nieuwe random access filestructuur is doorgevoerd.
Belangrijk is de verbetering in de string ,,garbage-collection” dit zijn strings, die wel geheugen vragen, maar die niet meer door BASIC worden aangeroepen. Om een nieuwe string toe te wijzen (allocate), moet de stringopslag vaak worden gecomprimeerd door deze overbodige verwerkingstijd. In versie 2 van de BASIC-ROM’s is de algoritme om deze ruimte te comprimeren extreem langzaam, soms kost het enkele minuten voordat dit is gedaan. Voor de gebruiker lijkt het of de PET zich heeft opgehangen, omdat het toetsenbord niet reageert — de stop toets werkt ook niet. Disk- BASIC gebruikt een nieuwe, veel snelle- re algoritme, die dit probleem binnen een seconde oplost in het ergste geval. Dus werkt deze BASIC veel sneller, zie tabel 2. De 14 nieuwe disk-opdrachten vindt men in tabel 3. De parameters zijn volledig onafhankelijk, dus de file naam, het drive nummer en het unit nummer kunnen in elke volgorde worden opgegeven, File namen zijn tussen haakjes of als stringvariabelen op te geven. Drive nummers worden aangegeven door de letter D, gevolgd door 0 of 1 . Het computergegenereerde (default) drive nummer is meestal 0, maar kan ook het laatste door de gebruiker gespecificeerde drive nummer zijn.
Het unit nummer (IEEE-busadres) is optioneel bij bijna alle opdrachten en de computergegenereerde waarde is 8. Een door de gebruiker gespecificeerde unit wordt aangegeven door de letter U, gevolgd door een integer tussen 4 en 31. Variabelen of uitdrukkingen, die in de disk-opdracht worden meegegeven, moeten tussen haakjes worden geplaatst, bijvoorbeeld U(D) of U(2+B). De tweede cassette kan niet gelijktijdig met de nieuwe PET disk-opdrachten worden gebruikt. Tevens zijn twee disk- variabelen, DS en DS$, gedefiniëerd. Aan deze gereserveerde variabelen kan de gebruiker of een BASIC-programma geen waarden toekennen. Als hiernaar wordt verwezen in een printopdracht of de rechterkant van een uitdrukking, zal het diskopdrachtkanaal worden afgevraagd, en de nieuwe waarden worden toegevoegd, Het besturingsysteem zet een vlag om te voorkomen, dat deze waarden opnieuw worden ingelezen als een daaropvolgende disk-opdracht niet wordt opgevolgd.
Met disk-BASIC en het bijbehorende DOS 2.0 behoeft men niet meer te letten op het disk-fout en -besturingskanaal 15. Alle foutinformatie wordt automatisch teruggegeven via de disk-status variabelen als referentie. Om het schrijven van opeenvolgende (sequentiële) disk-files gemakkelijk te maken, is de PRINT opdracht gewijzigd. Een PRINT# opdracht stuurt niet langer een regelopvoer (line feed), CHR$(10) na een ,,carriage return” als het ,,logical address” kleiner is als 128. Men hoeft niet langer te schrijven: PRINT#8,A$; CHR$(13); maar slechts PRINT#8,A$.
Desgewenst stuurt een ,,logical address” groter dan 128 steeds een ,,carriage return” en een ,,line feed” aan het eind van elke regel, als voorheen.
Machinetaal
De verschillende subroutines in de BASIC-ROM zijn hier en daar verplaatst; dat bleek onvermijdelijk. Machinetaal- programmeurs zullen blij zijn, dat de van vitaal belang zijnde locaties in de ,,zero page” feitelijk ongewijzigd zijn. Dus kunnen bestaande programma’s vrij snel worden omgezet. De tweede cassette buffer wordt op twee manieren gebruikt. De lagere adressen worden gebruikt voor de disk-opdrachten en de hogere (vanaf hex 03FF) worden gebruikt voor de TAB-posities. Dat wordt oppassen bij kleine machinetaaltaken!. De machinetaal monitor (MLM) is onge wijzigd en kan worden uitgebreid met aanvullende opdrachten (zoals machi netaal super-monitor). Een deel van de ,,zero page” is verdwenen. Omdat de regels niet langer aan elkaar hoeven te worden geplakt, is de relatief lange scherm-samenvoegingstabel niet meer nodig.
Er is voorzien in speciale ,,vectors” voor invoer en uitvoer. Deze staan het direct koppelen van eigen I/0-routines in het systeem toe.
Documentatie
Bij deze machine behoort de volgende standaard (gratis) documentatie:
User’s manual series 8000 (60 pagina’s). In een zestal hoofdstukken vindt men een algemene beschrijving van de CBM, toetsenbord, BASIC opdrachten, randapparatuur met de disk, tape en printer opdrachten, foutmeldingen. Met deze algemene introductie kunt u echter nog lang niet programmeren. Daarvoor is noodzakelijk:
- BASIC 4.0 met algemene informatie over Commodore BASIC, BASIC instructies en functies. Elke instructie wordt hier gedefiniëerd; vervolgens wordt aangegeven, in welke BASIC versie hij voorkomt, de werking/het doel van de instructie, opmerkingen en een voorbeeld, hoe de instructie in de praktijk wordt gebruikt (indien noodzakelijk). De ,,screen editor” 4.1 wordt uitvoerig verklaard, de toetsen- bordfuncties (elke toets apart) met hun CHR$-waarde; tevens wordt aan- dacht besteed aan schermopmaak technieken. De bijlage bevat: omzetten van programma’s naar Commodore BASIC, samenvatting van de foutmeldingen, mathematische functies — afgeleid van intrinsieke functies, ASCII tekencodes, PET display tekencodes, IEEE-busopdracht teken- codes, systeem memory map (te summier), machinetaal en SYS opdrachten en tenslotte disk-I/O. Men wordt geacht, de BASIC programmeertaal onder de knie te hebben, want leren programmeren is met dit omvangrijke boek onmogelijk.
Conclusie
De 8032 CBM kost f 4150 (excl. BTW) en dat wordt bijna f 4900,— voor particuliere gebruikers. Een fors bedrag voor een huiscomputer met 32Kbyte RAM, waarvoor op dit moment geen enkel serieus programma beschikbaar is. Zelfs de nieuwe tekstverwerkings-ROM (Wordpro IV) moet nog worden ontwikkeld (en die zal wel knap prijzig zijn, ge-zien de vorige uitvoeringen). Alle gangbare PET/CBM programma’s moeten alweer worden aangepast- en dat is een heel werk. De Compu/Think floppy disk gebruikers staan even in de wachtkamer, totdat het DOS uitkomt en een nieuwe print wordt ontwikkeld (de vraag is, of men de vorige kan inruilen bij aanschaf van een 8032- deze grap kost echter altijd geld), of extra adapter kabeltjes door de importeur worden geleverd.
Als men geen computer heeft en men zich uitsluitend toe gaat leggen op bedrijfsmatige toepassingen, krijgt men een computer met veel mogelijkheden en veelzijdige schermbesturing. Pascal is al in ontwikkeling. Het Commodore toetsenbord vind ik persoonlijk niet professioneel uitgevoerd met die ,,bibberende” toetsen, ook al is voorzien in aparte cijfertoetsen naast het standaard toetsenbord (de ,,losse” toetsenborden voor de ,,oude” 8K PET van toeleveringsbedrijven zijn veel degelijker en functioneler uitgevoerd- daar had men bij Commodore wel eens naar kunnen kijken.). Storingen komen echter niet voor, ze werken betrouwbaar. Het ingebouwde DOS is wat gebruikersvriendelijker, al blijft het een complexe toestand.
Dank zij een initiatief van de redactie van de Nieuwsbrief is de Commodore (Compet) gebruikersgroep door de importeur in staat gesteld de nieuwe COMMODORE C16 te testen. Dat dit een waar genoegen was zal — enkele punten van kritiek daargelaten — uit dit artikel ongetwijfeld blijken; deze machine biedt voor ongeveer 400 gulden 12 Kbyte voor BASIC bruikbaar ramgeheugen en bijzonder veel mogelijkheden.
De anthraciet-kleurige behuizing doet qua vorm sterk aan de CBM 64 en VJC 20 denken. Het toetsenbord heeft de normale schrjfmachineindeling en is plezierig in het gebruik. Het heeft ook een aantal han dige programmeerbare funktietoetsen. De voedingstrafo is ingebouwd in een apart kastje met de vorm van een adaptor, die direct in het stopcontact past. Onze meningen over deze oplossing waren verdeeld, men vond het handig dat de trafo niet los op de tafel hoeft te staan, maar anderzijds is hij vrij zwaar en heeft daardoor de neiging los te raken en naar beneden te vallen. De veiligste oplossing lijkt ons... een verdeeldoos op de tafel! Het verbindings snoertje naar de computer is erg dun.
De computer heeft een uitgang voor aan sluiting op een TV-ontvanger en een tweede voor een video-monitor. Met een zwart- wit TV werd een uitstekend beeld verkregen. Een kleuren TV liet weliswaar de kleurmogelijkheden goed zien, maar er trad wat kleurschifting op, die bij aansluiting van dezelfde TV-ontvanger op een CBM 64 niet werd waargenomen. Met een COMMODORE kleurenmonitor was de weergave redelijk. Bij gebruik van de TV ontvangers was de afwezigheid van hoog frequent interferentie zeer opvallend. Men heeft blijkbaar — mede door toepassing van zo klein mogelijke connectoren — een goede stralingsafscherming weten te bereiken. Dit kan niet genoeg worden gewaardeerd: met een van de TV ontvangers kon met een VIC 20 geen acceptabel stilstaand en interferentievrij beeld worden verkregen, terwijl dezelfde ontvanger met de C16 uitstekend werkte. Een diskdrive en printer kunnen worden aangesloten op de seriële uitgang en voor een cassetterecorder is een aparte socket beschikbaar. De als randapparaat van de CBM 64 populair geworden single drive CBM 1541 kan zonder meer worden aangesloten, maar de cassetterecorder heeft een nieuw type connector en is dus niet compatible. Overname van programma’s van andere COMMODORE computers op tape is bovendien niet gemakkelijk te realiseren omdat het laden en saven bij de C16 aanzienlijk langzamer gaat. Een ,,dankbare” taak voor handige machinetaalprogrammeurs?
De C16 heeft aansluitingen voor twee joysticks, maar ook deze connectoren zijn af wijkend van die van de CMB 64. De machine is tenslotte voorzien van een geheugen uitbreidingspoort (o.a. voor cartridges) en een verzonken resetknop; dit laatste is een bijzonder nuttige voorziening, die bij de meeste voorgangers van de C16 niet standaard aanwezig was. Bij een reset worden de BASIC-pointers op hun startwaarde gezeten voert de computer het commando NEW uit; het programma blijft echter in het geheugen aanwezig en kan, wanneer men het kunstje kent, via de monitor of met een hulpprogramma worden gered. Een andere mogelijkheid is de RUN/STOP-toets en de resetknop tegelijk in te drukken, men komt dan in de monitor terecht en kan na het ingeven van X weer in BASIC terugkomen zonder programmaverlies; de eerder genoemde kunstjes” zijn dan niet nodig.
Vermoedelijk om de prijs te drukken is de machine niet voorzien van een ,,userpoort”;
dit is jammer, omdat bepaalde typen rand apparatuur (bijvoorbeeld sommige printers, modems en meet- en regelapparatuur) daardoor niet kunnen worden gebruikt.
Het bijgeleverd gebruikershandboek geeft in eerste instantie een redelijke indruk van de mogelijkheden van de machine; het is echter niet volledig, de funkties van de in gebouwde machinetaalmonitor zijn bij voorbeeld in het geheel niet beschreven. Het boek is in het Engels gesteld; in aanmerking nemend dat COMMODORE zich met deze machine vooral op de beginnen de computergebruiker richt is te wensen dat spoedig ook een Nederlandse vertaling beschikbaar komt.
In maar liefst 32 Kbyte rom heeft de C16 de BASIC-interpreter versie 3.5. Deze basic bepaalt in belangrijke mate de hoge kwaliteit van de computer. Vergeleken met de andere COMMODORE computers zijn vele nieuwe commando’s toegevoegd, die het apparaat bijzonder gebruikersvriendelijk maken.
De diskcommando’s DLOAD, DSAVE, DIRECTORY, HEADER, RENAME, SCRATCH en COLLECT vergemakkelijken het werken met een diskdrive. Diskfouten kunnen worden opgevraagd met DS$ en DS. De overige diskcominandos BACKUP en CO PY zijn, wanneer men er volledig profijt van wil hebben afhankelijk van het beschikbaar komen van een dubbele disk- drive, die naar het schijnt al wel is aangekondigd, maar op het moment nog niet wordt geleverd. Misschien is het ook wel mogelijk — zoals bij de CBM 64 — via een IEEE-interface gebruik te maken van dubbele diskdrives met parallele 110, zoals de 4040, 8050 en de 8250. Het is ons echter niet bekend of een dergelijke interface al ergens wordt verkocht. Andere speciale diskcommando’s voor het werken met files, die destijds met COMMODORE BA SIC 4.0 werden geintroduceerd, zoals DO-PEN, DCLOSE, APPEND, CONCAT EN RECORD mist men bij de C16. Dit is enigszins verbazend, omdat men uit BASIC 4.0 bij de C16 wel de versnelde string garbage collection (opruimen van niet meer gebruikte woorden) heeft overgenomen. Bij manipulaties met woorden (sorteren, samenvoegen ed.) is er daardoor veel minder kans op lange wachttijden bij de verwerking. Deze voorziening is duidelijk gericht op een grotere efficiëntie hij het werken met gegevensfiles. Bij de oudere COMMODORE computers dacht men daarbij soms dat de machine was vastgelopen!
In BASIC 3.5 van de C16 is een aantal belangrijke lang gewenste aanvullingen gerealiseerd. Zo is het nu mogelijk te werken met IF THEN ELSE constructies en kan met PRINT USING geformateerde output worden verkregen PRINT USING is bovendien nog aangevuld met het PUDEF statement, waarmee het o.a. mogelijk is de Amerikaanse punten in decimale getallen te vervangen door Europese komma’s. INSTR (AS, B$) is een nuttig hulpmiddel om na te gaan of het woord B$ voorkomt in AS, zo ja geeft INSTR aan vanaf welke letter B$ overeenkomt met AS, zo nee is het antwoord nul. DO (LOOP) WHILE (UNTIL EXIT) constructies zijn welkome aanvul lende mogelijkheden, die soms de voor keur verdienen boven FOR - - NEXT loops (zie de eenvoudige voorbeelden in de bij dit artikel horende listing). Men kan der gelijke loops uiteraard ook ,,nesten”. GET KEY AS wacht totdat een karakter wordt ingegeven en vervangt constructies als 10
GET A$: IF A$=”” THEN 10.
SCNCLR maakt het scherm schoon, ongeacht of men in de tekst-, grafische- of split screen” mode (tekst en grafische mode te gelijk) werkt. TRAP regelnummer stuurt het programma naar het aangegeven regelnummer, wanneer een foutconditie op treedt. Het volgnummer van de fout wordt vastgehouden in de speciale variabele ER en de aard van de fout kan op het scherm met het statement PRINT ERRS(ER) zicht baar worden gemaakt. Nadat de fout is geconstateerd kan men het programma voortzetten met RESUME regelnummer of RESUME NUT. Anders dan hij ON ERROR GOTO statements, die bij andere machines gebruikelijk zijn werkt TRAP regelnummer slechts 1 keer, in een loop moet het daarom steeds herhaald worden wil men er zeker van zijn dat alle fouten inderdaad worden waargenomen. Wanneer men TRAP niet gebruikt worden de foutmeldingen op de tot dusver gebruikelijke manier op het scherm weergegeven; de machine keert dan terug in de direct mode” en het programma kan niet met CONT worden voortgezet. Met RESTORE kan men zoals gewoonlijk de DATA-pointer op zijn beginwaarde terugzetten, maar ook de mogelijkheid RESTORE regelnummer is nu toegevoegd; bij gebruik daarvan wordt de pointer gezet op de eerste DATA uit de opgegeven regel. DEC (AS) zet een hexadecimale code om in een decimaal getalen HEX$(A) doet het omgekeerde. JOY (1 of 2) kan worden gebruikt om na te gaan in welke positie de beide joysticks staan, Met MONITOR wordt de machinetaalmonitor aangeroepen.
De funktietoetsen zijn bij het opstarten van de machine voorgeprogrammeerd. Men kan ze echter herprogrammeren met KEY keynummer, A waarbij AS de code is die hij het aanslaan van de bewuste toets moet verschijnen. Key 2 geeft DLOAD” op het scherm, volgens ons zou het handiger zijn als het aanhalingsteken daarbij was weg gelaten, omdat velen gewend zijn eerst de directory te laten verschijnen en dan DLOAD voor de gewenste programmanaam te typen. Met het aanhalingsteken zit men in de ,,quote-mode” en is het moeilijker om over de programmanaam heen te lopen om de aanduiding PRO te wissen, Maar, zoals gezegd, men kan dit zelf veranderen (met KEY2, ,,DLOAD”)
Het normale” scherm heeft 25 regels met elk 40 karakters; elk karakter is opgebouwd uit 8 rijen van 8 puntjes (dots), in de hires mode kan elk van deze puntjes afzonderlijk worden aangestuurd. Het is ook mogelijk tekst en high resolution figuren tegelijk op het scherm te brengen. Zowel de hires als de kleurmogelijkheden worden effectief ondersteund door een set van wel 14 verschillende RASIC commando’s. Zo zijn er bijvoorbeeld hulpmiddelen voor het tekenen van lijnen, rechthoeken en cirkels, het opbergen van hires figuren als een woord (in een string) en het inkleuren van schermvelden. Een nadeel is dat men bij gebruik van de hires mode slechts ongeveer 2 Kb voor het schrijven van een programma overhoudt. De sprites van de CBM 64 ontbreken bij de C16.
Via de escape-toets is in de tekst-mode een aantal bijzonder nuttige schermopmaakfunkties beschikbaar. Zo kan men bijvoorbeeld een ,,window” definiëren, waardoor alle scherminstructies binnen dit raam” plaatsvinden. Buiten het window aanwezige tekst blijft ongewijzigd staan (ook bij schoonmaken van de window!). Verder kan men een regel op het scherm wissen of invoegen, het begin of einde van een regel wissen, de cursor laten springen naar het begin of einde van een regel, de insert-mode in- en uitschakelen waarmee men stukken tekst kan invoegen terwijl de al ingetypte tekst opschuift, het scherm naar boven of naar beneden laten ,,scrol ten”, woorden of regels laten ,,flashen” (knipperen) en tenslotte is er een moge lijkheid om uit de ,,quote-mode” (aanha lingsteken-mode) te komen. Alle escape functies zijn ook in programma’s te ge bruiken, in dat geval kan men echter niet de escapetoets toepassen, maar moet men in plaats daarvan CHR$ (27) ingeven, de ASCI voor escape.
Erg handig is dat de commando’s AUTO (automatische regelnumnmering), DELETE (verwijderen van 1 of meer BASIC regels), HELP (aangeven van de preciese plaats waar in een programma een fout is opge treden) en RENUMBER (hernummeren van BASIC regels) nu standaard aanwezig zijn; er behoeft geen speciale ,,Toolkit” voor te worden aangeschaft. Met TRON komt men in de trace-mode, tijdens de uitvoering van het programma kan men dan zien met wel ke regel BASIC bezig is; TROFF schakelt de trace-mode weer uit.
Tenslotte moeten nog de commando’s wor den genoemd, waarmee de beide geluids generatoren kunnen worden bediend; zij regelen de toonhoogte en het volume. Er kan ook ,,witte ruis” worden opgewerki. De geluidsmogelijkheden zijn wel leuk, maar veel minder spectaculair dan bij de CBM64.
Programmeren op machinetaal- niveau en geheugenstructuur
De microprocessor (7501), die het hart van de C16 vormt, is qua instructieset gelijk aan de 6502. Liefhebbers van assembly- en machinetaalprogrammering kunnen dus een van de vele boeken die over de 6502 zijn verschenen raadplegen. Om u enthousiast te maken herinneren wij eraan dat programma’s in machinetaal vaak 10 lot 20 maal sneller lopen dan in BASIC en dat men ook instructies kan toevoegen, waar over BASIC niet beschikt.
Vooral voor wie met machinetaal wil beginnen is de ingebouwde monitor van de C16 een prima hulpmiddel en het is daar om beslist een groot gebrek dat deze in de handleiding volledig is vergeten”. Men kan in de monitor” komen met het BASIC commando MONITOR of desgewenst ook met SYS4096 of SYS62533. Met de eerstgenoemde .SYS” voert de processor een BRK instructie uit, de tweede is een directe “call”. In alle gevallen geeft de monitor na de aanroep de inhoud van de program counter, het statusregister, de accumulator, de X- en Y- registers en de stackpointer op het scherm weer.
De monitor kent de volgende commando’s:
R opvragen van de registers (als bij de aanroep)
M 818E 8380
print de inhoud van de bytes 818E tot 8380 in hexadecimale code en het ASCII-equivalent daarvan op het scherm weer (8 codes per schermregel). Bij het hier gegeven voorbeeld krijgt men in het ASCII-gedeelte alle BASIC-commando’s te zien, zoals ze in rom staan!
D 0473 0494
diassembleert de bytes 0473 tot 0494. In dit voorbeeld krijgt u de CHRGET-routine te zien, waarmee bytes van BASIC programma’s worden opgehaald om door de interpreter te worden vertaald. N.B. bij beide commando’s M en D kan het tweede hexadecimale adres worden weggelaten. U krijgt dan ongeveer een halve bladzijde op het scherm en kunt desgewenst met M of D (zonder opgave van het nieuwe adres) verder gaan. Dit is erg handig, omdat anders de bytes zo snel voorbij razen dat de in formatie nauwelijks kan worden gele zen.
A 1800
asserubleert de ingegeven code met startadres 1800. De monitor geeft het volgend adres automatisch op het scherm. U kunt de standaard mnemonics van de 6502 gebruiken; wij kunnen daarop in dit artikel helaas niet uitvoerig genoeg ingaan.
T 2000 2100 1000
verplaatst de bytes van (in dit geval)
2000 tot 2100 naar het nieuwe beginadres 1000
G 2000
voert een machinetaalprogramma uit dat op adres 2000 begint.
H 8000 FFFF ‘EN’
zoekt de roms af naar de lettercombinatie EN. Antwoordt: 818E, adres van de code voor END.
H 0000 FFFF £6 3B DO 02
zoekt van 0000 tot EFFE naar de 4 bytes met de achter de adressen ingegeven hexcodes.
F 1000 2000 00
vult het gebied van 1000 tot 2000 met nullen.
C 200021001000
vergelijkt het gebied van 2000 tot 2100 met het gebied dat op 1000 begint.
Eventueel verschillende bytes worden met hun adressen aangegeven.
L of L”NAAM”, 01
laad programma van device nr. 1. (08 voor laden van disk).
V of V”NAAM”, 01
verify programma (device nr. 1).
S “NAAM”,0l, 2000, 2100
save programma op device nr. 1. Begin- en eindadres 2000 en 2100.
x keer terug naar BASIC
De al eerder genoemde CHRCET-routine is afwijkend ten opzichte van die van de oudere COMMODORE-machines. Dit hangt samen met de aanwezigheid van een nieuwe bijzondere chip, de ,,TED”-chip, die in het geheugengebied van FF00 tot en met FE3F is geplaatst. Deze heeft o.a. schakelfunkties, waarmee bank switching” tot stand kan worden gebracht. De microprocessor wordt daardoor in staat gesteld el kaar overlappende geheugengebieden met dezelfde fysieke adressen te adresseren; anders uitgedrukt kan hij op deze manier meer dan 64 K aan”. Registers op de adressen FF3E en FF3F schakelen tussen rom en ram; in CHRGET wordt dit schakelen gestuurd. Aangezien bij het af- schakelen van de rom de interrupt-routine tijdelijk onbereikbaar is geschiedt het halen van karakters van de BASIC tekst met uitgeschakelde interrupt, Bij de C16 zonder geheugenuitbreiding zijn de funkties van de TED-chip overbodig, door zijn aanwezigheid is de machine echter ,,compatible” met de PLUS 4, die naast dezelfde 32 IC rom maar liefst 60 K ram heeft, die kan worden gebruikt voor BASIC.
Tenslotte een kleine selectie van nuttige adressen en pointers:
2B/2C pointer naar de start van BASIC programma’s (1001).
2D/2E pointer naar het einde van BASIC programma’s en de start van de variabelen.
2F/30 pointer naar de start van de gedimensioneerde arrays.
31/32 pointer naar het einde van de ar rays.
33/34 pointer naar de start van de ruimte waar woorden (strings) worden op geborgen.
37/38 pointer naar het einde van het ram- geheugen (top of memory)
A3-A5 klok
0332-03F1 cassette buffer
0473-0493 CHRGET routine
055F-0566 lengtes van de codes, waar mee de functietoetsen zijn geprogrammeerd; de codes zelf staan vanaf 0567, er zijn maar liefst 128 bytes per code gereserveerd!
0C00-0FE7 schermgeheugen.
0527-0530 toetsenbordbuffer; de toetsindex (EE) geeft het aantal karakters in de buffer aan.
De Cl6 is een kwalitatief goede computer, die vooral wanneer men nieuw begint en nog geen andere COMMODORE computerapparatuur in huis heeft fantastische startmogelijkheden voor een lage prijs biedt. Is men geen beginner dan kan een bezwaar zijn dat men oude programmatuur en soms ook apparatuur niet zonder meer verder kan gebruiken. Ook kan men vrij snel geheugen te kort komen. Daar staan de uitgebreidere mogelijkheden van de nieuwe krachtige BASIC echter tegen over.
Eugenie Rothuis, Jelle van Douwen, Arjeh Tal en Wim van der Hoek.
De Amiga zou nooit het Ievenslicht zien. Toen stond als donderslag bij heldere hemel de computer op de stoep bij PCM’s Engelse medewerker Guy Kewney. Hij smaakte het geluk de Amiga te mogen aanraken, ja, zelfs uit te kleden. Kewney werd er lyrisch van. Zijn verslag, waarin uit gebreid Amiga’s wonderchips Daphne, Agnus en Portia worden voorgesteld, moest zelfs ingrijpend worden getemperd, om niet ongeloofwaardig over te komen.
Ik had deze machine nooit kunnen testen als ik niet zo opgewonden was geraakt door alle geruchten die erover de ronde deden. Managers van Commodore deden geen enkele mededeling aan de pers, en zij slaagden er op verbazingwekkende wijze in de machine buiten de publiciteit te houden.
Uiteindelijk kwam het erop neer dat Commodore en ik een soort spelletje met elkaar speelden. Telkens als Commodore iets liet uitlekken over de Amiga ,slaakte ik een gilletje van opwinding. Dat vonden ze leuk, en daarom kreeg ik steeds weer wat extra informatie. Uiteindelijk werden we het erover eens dat Commodore gek zou zijn wanneer ze mij de machine niet zouden laten testen.
De Amiga is een zogeheten multi-tasking microcomputer. Je kunt er dus meer programma’s tegelijk op draaien. Die programma’s lopen ontzettend snel. Hij heeft kleuren-animatie, dus niet alleen stilstaan de beelden met een hoge schermresolutie. Zijn geluidsmogelijkheden kunnen zich meten met de meeste synthesizers — en hij is compatibel met de Fairlight synthesizer. Hij kan meer werkgeheugen ondersteunen dan de meeste gebruikers in de komende jaren nodig zullen hebben.
En het mooiste van dit alles: de Amiga is bijna tien maal zo snel als de Apple Macintosh en kost de helft, liet wachten is nu op de scheepsladingen programmatuur. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er mensen zijn die wat meer twijfels hebben omtrent de plannen van de programmatuur-producenten.
De witte systeemkast is compact en oogt fraai. Hij meet 32,5x4 cm, en is 2 cm hoog. De Amiga werkt net als de Macintosh met een muis en een toetsenbord, produceert pictogrammen (ikonen) op het scherm, maar doet dat bovendien in kleur! Het toetsenbord is los uitgevoerd en beschikt over cursortoetsen. Het gaat om een kwaliteits-produkt waarmee ook snelle typisten uit de voeten kunnen.
De muis werkt mechanisch en wordt op een van de twee spelpook-poorten aan gesloten. Om de ellebogen minder te belasten heeft de muis twee drukknoppen. Iedereen die wel eens met een Macintosh heeft gewerkt, weet dat een drukknop op de muis een menuvenster doet verschijnen, en de andere een keuze activeert.
In de systeemkast zit een 3,5-inch diskdrive ingebouwd voor 800K schijfjes, terwijl een andere drive aan de achterzijde is aan te sluiten. De Amiga biedt de mogelijkheid voor nog eens twee drives, maar daar is wel een extra voeding voor nodig.
Aan de voorzijde bevindt zich een verbinding voor een geheugenuitbreidings moduul van 256K, waarmee het totale werkgeheugen op 512K wordt gebracht. De achterzijde van de machine herbergt de gebruikelijke aansluitingen, die echter veel meer mogelijkheden bieden dan op het eerste gezicht lijkt.
De Amiga is uitbreidbaar door middel van een groot uitgevallen stekerbus. Er bestaan plannen voor een randapparaat dat televisiebeelden opslaat, voor een har de schijf en voor uitbreiding van het werk- geheugen. Een andere voorziening moet ‘voor Kerstmis’ beschikbaar komen: een 5,25-inch diskdrive en een programma dat een I Pc geheel imiteert De uitbreidingsbus ondersteunt een aantal
interessante opties. Tecmar, de bekende fabrikant van IBM-randapparatuur schijnt te werken aan een 20-megabyte harde schijf die bovendien 2 megabyte werkgeheugen bevat. Commodore zal een apparaat op de markt brengen waarmee programmeurs videobeelden van een recorder of zelfs een videodisk kunnen over zetten op de Commodore. De Synchronisatie-aanpassing schijnt zo goed te werken dat je de Amiga als monitor voor een video-recorder kunt gebruiken. Met name voor spelletjes een uitkomst. BEELDSCHERM
Er is keuze uit een Contmodore-monitor of een exemplaar van een ander fabrikaat. Commodore’s eigen topmodel biedt de ongelooflijke resolutie van 640x400 beeld- punten en zal iets boven de duizend gulden gaan kosten. Goedkopere modellen werken echter ook prima op de Amiga Zelfs is er een normale kleuren-tv op aan te sluiten. De video-uitgang verbindt zo wel RGB- als TTL-signalen (bekend van de IBM PC). Er is ook een video-ingang voor handen.
De processor, een Motorola 68000, draait op een kloksnelheid van 8MHz. Maar maak op basis hiervan geen veronderstellingen over de snelheid van de Amiga, om dat die gegarandeerd fout zijn! Je vergeet dan immers het rekenwerk dat door drie speciaal ontworpen chips — Daphne, Agnus en Portia — wordt verricht. Voordat we wat gedetailleerder op deze processoren ingaan, volgt hier wat achtergrondinformatie.
In veel opzichten bestaat de ideale processor voor de micro van morgen nog niet. Zon processor moet voorzieningen heb ben voor meer taken (multitasking), maar ook elegant te programmeren zijn. De In tel 80286 is een fraaie processor voor meer taken, maar Laat zich niet zo fraai en doel matig programmeren als de Motorola 68000. Zelfs een processor die de voordelen van beiden in zich zou verenigen, heeft nog een zwaarwegend nadeel hij is ontworpen voor het verwerken van gegevens en niet voor het verrichten van zwaar rekenwerk. Het laatste bestaat uit talloze tijdvers processen die niets met gegevensverwerking van doen hebben Een van de belangrijkste is het verschaffen van voldoende informatie aan de gebruiker, zodat die weet waarmee de computer bezig is. Dat werk doen Daphne, Agnus en Portia nu precies, zodat de 68000 vrijblijft voor het verwerken van programma’s.
DAPHNE AGNUS EN PORT
Even voorstellen? Daphne verzorgt animatie en sprites, Agnus ondersteunt animaties grafisch en Portia regelt de ‘verkeersleiding’ voor de interrupts en een groot deel van de schijfbesturing. Een van de belangrijkste functies van deze drie chips is die van ‘bit map image manipulator’, een mond vol, ook wel afgekort tot bit blitter’ Het idee is, evenals dat van de muis en de pictogrammen, afkomstig uit het reserach-laboratorium van Xerox in Palo Alto, Californië.
Het is niet eenvoudig uit te leggen hoe een bit blitter werkt, behalve dan door te zeggen dat het razendsnel gaat. Een programmeur die ermee werkte probeerde een vergelijking te maken met andere micro’s op basis van het aantal beeldscherm-bits dat je per seconde kunt veranderen. “Je mag ervan uitgaan dat de Sinclair QL zo’n 60.000 beeldpunten per seconde kan veranderen, en de Macintosh ongeveer l 10.000. Maar de bit blitter van de Amiga verricht in een microseconde een willekeurige beeldfunctie met een snelheid van een miljoen beeldpunten per seconde — en het veranderen van een enkel beeldpunt is maar een van de vele functies van de bit blitter.”
De bit map image manipulator (de bit blitter dus) wordt gevormd door elektronica componenten die in één keer grote stukken geheugenruimte kunnen kopiëren en verplaatsen. Terwijl hij daarmee bezig is, hindert het de processor niet wanneer die toegang tot het geheugen nodig heeft, en omgekeerd laat de processor de blitter vrij. Dat is mogelijk doordat beide processoren direct toegang tot het werkgeheugen hebben (direct memory access, of DMA) via een multiplexer: de systeemklok zorgt ervoor dat blitter en systeem-componenten afzonderlijk toegang krijgen tot het geheugen op opeenvolgende pulsen.
Dit alles komt erop neer dat de Amiga een complexe vorm op het scherm kan tekenen, die met kleur invullen en naar een andere plaats op het scherm verplaatsen terwijl de vorm verandert. En dit alles sneller dan je met je ogen kunt waarnemen, dus vele malen per seconde.
Terwijl dit gebeurt loopt het Basic programma ongehinderd verder op volle snelheid, bijvoorbeeld met het sorteren van gegevens in een elektronische kaarten bak. Daarbij produceert hij desgewenst nog een deuntje dat nergens vals klinkt. De herkomst van de chip-namen is voor alsnog onduidelijk. Sommigen noemen Portia Paula, en anderen noemen Daphne Denise.
Portia (Paula) verzorgt ook de besturing van de schijfeenheden. De programmeur dient daarbij bepaalde zaken goed in het oog te houden. Zo moet je in een programma waarin veel grafisch werk voor komt niet tegelijk veel gegevens willen inlezen. En vice versa: wanneer je veelvuldig gegevens van schijf nodig hebt, moet je oppassen met te veel grafische routines in het programma.
Agnus bevat de feitelijke ‘bit image manipulator’. Behalve deze functie moet Agnus ook bijhouden welk deel van het werkgeheugen voor grafisch werk in gebruik is. De chip kan daarbij kiezen uit 8Mb werkgeheugen, waarvan de onderste 512K beschikbaar zijn als schermgeheugen.
Agnus verzorgt nog meer grafische functies, zoals het geheugen-beheer voor de sprites, de registers voor een eventuele lichtpen en de video-synchronisatie tellers. Hoewel een groot deel van de schijfbesturing door Portia wordt geregeld, maakt de Amiga gebruik van de bit blitter om schijfgegevens van de schijfbuffers naar het werkgeheugen te verplaatsen.
De ontwerpers gaven Agnus bovendien nog een ander snufje dat niet in de handleidingen voorkomt: de optie om lijnen op het scherm te tekenen. Een van de ontwerpers zei: “We hadden toch registers genoeg op de chip, dus waarom geen voorziening om lijnen te trekken?” Men koos daar inderdaad voor, met als resultaat dat de Amiga sneller lijnen op het scherm zet dan gespecialiseerde grafische micro’s — zonder dat de 68000 er maar een microseconde door wordt opgehouden.
Daphne draagt zorg voor de kleuren, vrij wel alle sprite-informatie en een groot gedeelte van de ‘bit-vlak’ besturing. De Amiga kent vijf over elkaar liggende vlakken om sprites in te bewegen en een zesde die buitengewoon complex in het gebruik is maar bijzonder krachtig. Dit zesde ‘bit- vlak’ is een laag die de kleur van de elektronenstraal bepaalt, terwijl die over het scherm beweegt. Met dit vlak genereert een programmeur meer dan duizend kleuren tegelijk op het scherm.
De Amiga kent twee soorten sprites: V sprites en BOBS. Daphne bestuurt de V sprites. Dit zijn ‘virtuele’ sprites, die altijd 16 bits breed zijn en zo hoog als je zelf bepaalt. Ze bewegen razendsnel, omdat ze tot de elektronica behoren, maar juist hierdoor ook enige beperkingen kennen. Voor complexe animatie komen de nons goed tot hun recht. BODS staat voor blitter objecten. Ze zijn langzamer dan V-sprites, maar kunnen met meer kleuren worden gebruikt en bieden meer mogelijkheden qua vorm en afmetingen.
De Amiga kent ook nog andere grafische elementen (Gas) voor animatie doeleinden. Zij vallen buiten de hoofdlijnen van deze bespreking (en eerlijk gezegd ook buiten ons bevattingsvermogen); maar we kunnen wel zeggen dat je er dingen mee kunt doen die je tegenwoordig steeds vaker ziet in reclame-films. Zoals een woord dat geleidelijk verandert in een scheermesje, of een auto, of een kantoor gebouw...
Ik heb mijn best gedaan erachter te komen hoeveel sprites en BOBS tegelijkertijd zijn te gebruiken, maar uiteindelijk kwamen we tot het inzicht dat het aangeven van beperkingen eigenlijk zinloos is.
Een ontwerper zei: “De beperking is de grootte van het videogeheugen, dat kan niet groter zijn dan een half Megabyte.” Misschien dat dit over tien jaar een beperking wordt, maar in een wereld waarin het 32K schermgeheugen van de BBC nog als extravagant wordt beschouwd zeker niet.
GELUID
Behalve met schijfbesturing houdt Portia, de derde chip, zich ook bezig met geluidseffecten. In theorie heeft de Amiga maar vier geluidskanalen. Maar in de praktijk bestaat er geen limiet omdat de geluidskanalen geen frequentie, maar een geluidspatroon produceren. De manier waarop Portia geluid genereert is ongeveer gelijk aan de werking van de bekende Fairlight synthesizer. Hierbij worden gedigitaliseerde geluidssignalen opgeslagen in een geheugen, waarna zo’n goifpatroon des noods duizenden keren kan worden herhaald. Het principe is vergelijkbaar met een bandrecorder, alleen wordt nu de geluidstrilling niet als magnetische informatie maar in de vorm van enen en nullen in het geheugen bewaard.
Portia kan zo’n golfpatroon ook transformeren. Je neemt bijvoorbeeld het geluid van een kapotvallend glas eerst op. Daar na is dat geluid naar verschillende toonhoogten te transformeren, zodat er als het ware een toonladder ontstaat, Op die manier laat je honden ‘Singing in de Ram’ zingen, maar imiteer je ook gewoon een trompet, een koor of een orgel... Je kunt een basgitaar opeens hoger dan een picolo laten spelen, en pannendeksels fraaie harmonieën laten voortbrengen. In het genereren van spraak is ook voorzien.
Commodore beschouwt de Amiga als een ‘open’ machine, dat wil zeggen dat alle informatie over apparatuur en programma tuur in principe openbaar is, en dat het ontwerp zorgvuldig is gedocumenteerd. Programmeurs die zich op de Amiga willen storten zullen er niet aan ontkomen allereerst dikke handleidingen over de systeem-programmatuur door te nemen. Het AmigaDos besturingssysteem geldt als een op maat gesneden versie van het niet zo bekende Tripos, dat aan de universiteit van Cambridge is ontwikkeld. Metacomco verzorgde de implementatie op de Amiga. Tripos is een besturingssysteem dat al geruime tijd op verschillende lokaties in gebruik is, zodat veel fouten er al uit zijn gehaald.
De wijze waarop gegevens op schijf worden gezet, is curieus te noemen. Tripos gebruikt geen sporen en sectoren, maar zet alle informatie in identieke blokken op schijf. Zo’n blok bevat informatie over de blokken ervoor en erna. Het betekent dat een vernielde directory-sector een schijf niet automatisch onbruikbaar maakt. Tim King, de ontwerper van AmigaDos zegt hierover: “Wanneer nog een enkel blok leesbaar is kun je toch nog een groot deel van de schijfinhoud reconstrueren, dat is een enorm voordeel”.
Wanneer je de Amiga start vraagt het apparaat om de ‘koude-start’-schijf, die het besturingssysteem bevat. Evenals Atari doet met de 520ST, wil Commodore allereerst zoveel mogelijk fouten opsporen voordat de 192K systeemprogrammatuur in het werkgeheugen wordt meegeleverd. Commodore noemt de software die tussen Tripos en de gebruiker staat ‘Intuition’. Dit is een pictogram-georiënteerd programma dat de Amiga in het gebruik op een Macintosh laat lijken. De gebruiker kan echter ook na het starten een pictogram met de 1> prompt activeren, waar na hij in de zogeheten ‘commando vertolker’ terechtkomt. De Amiga gedraagt zich dan als een conventionele toetsenbordmachine, met dien verstande dat Tripos in vergelijking met de besturingssystemen CP;M of MS-DOS wat uitgebreidere commando’s kent.
Met SEARCH zoek je of een bepaalde zin of een woord in een van de bestanden op schijf voorkomt. Bij een harde schijf kan dat wat tijd in beslag nemen, maar je hoeft in ieder geval niet alle bestanden een-voor-een door te zoeken. RUN start een programma in een eigen beeldvenster. Wanneer het programma is afgelopen wordt het venster automatisch gesloten. Een krachtig commando is NEwcLi, waar mee een nieuw venster op het scherm wordt geopend dat nu als prompt 2> heeft, in tegenstelling tot 1> van het eerste venster. In het tweede venster start je ‘Intuition’ op om gebruik te maken van de pictogrammen. Door NEwCL opnieuw te gebruiken start je weer een ander venster op dat als prompt 3> geeft.
De vensters zijn een weelde. Stel dat je net een tekstverwerker hebt geladen, maar niet meer op de naam van een bepaald tekstbestand kunt komen. Je opent dan een ander venster, laat even een directory over het scherm rollen, en vult de desbetreffende naam in.
Het Basic dat bij de Amiga wordt geleverd is Personal Basic van Digital Research, en laat ik meteen maar zeggen dat deze programmeertaal niet voldoet. Toen de IBM pc op de markt kwam, was Microsoft er ook als de kippen bij om een verouderde versie van hun Basic op de markt te brengen die in geen verhouding stond met de uitgebreide mogelijkheden van de PC. Datzelfde is nu hier aan de hand.
De editor is ronduit belachelijk. Je kunt maar één regel tegelijk redigeren, en sommige commando’s zorgen voor allerlei onverwachte effecten. Het voordeel van Ba sic is natuurlijk dat beginners kunnen experimenteren met geluid en grafisch werk. Maar ik hoop oprecht dat er snel een beter Basic beschikbaar komt voor de Amiga. De machine verdient het.
Momenteel is tegen bijbetaling al een aan tal programmeertalen leverbaar voor de Amiga. Het gaat om een Assembler van Metacomco, Borlands Turbo Pascal, de C compiler van Lattice een een versie van Logo. Amiga is zwaar op de programmeertaal C georiënteerd: vrijwel alle systeemprogramma’s zijn in deze taal geschreven.
De eerste applicatieprogramma’s voor de Amiga staan ook al op stapel. Commodore werkt zelf aan een MacWrite-achtige tekstverwerker, terwijl oök een spread sheet en een tekenprogramma in de pijplijn zitten. De grote vraag is natuurlijk hoe snel de programmatuurproducenten de Amiga onder de knie krijgen, gezien de vele innovatieve trekjes van dit apparaat. Ik verwacht dat de eerste serieuze programma’s voor zakelijk gebruik binnen een jaar gereed zullen zijn. Wanneer je bedenkt wat programmeurs met multitasking, 2,5Mb werkgeheugen en een 20Mb harde schijf kunnen doen...
Bovendien schijnt het omzetten van Macintosh-programma’s naar de Amiga een kwestie van enkele weken werk te zijn. Als dat zo is, kunnen we van alle populai
V olgens vice-president technologie van Commodore, Adam Chowaniec, valt of staat een wereldwijd succes van de Amiga met de komst van een component — kaart of randapparaat — die de micro volledig IBM PC compatibel moet maken. Momenteel wordt aan deze voorziening hard gewerkt en Commodore hoopt hem in oktober te kunnen leveren. Insiders verwachten overigens niet dat de Amiga voor het eind van dit jaar op de markt komt. Daarvoor zijn nog te veel kinderziekten te over winnen. Thomas t. Rattigan, president van Commodores Noordamerikaanse werkmaatschappij, meldt dat Commodore zijn verkoop- en marketing-budget heeft verdubbeld en thans besprekingen voert met tientallen detaillisten in de VS voor een grootscheepse verkoopcampagne. “Commodore zal de hele computer industrie een poepje laten ruiken,” voegt hij eraan toe.
Volgens Deanis Kneale echter, stafredacteur bij de Wall Street Journal, moet Commodore op zijn tellen passen, en dat in de meest letterlijke zin van het woord. Het bedrijf noteerde het eerste kwartaal 1985 een verlies van 70 miljoen gulden en heeft tot dusver een publicatie van de cijfers over het tweede kwartaal maar achterwege gelaten. Bovendien heeft het concern te kampen met volle pakhuizen en een afgenomen verkoop van zijn industriële produkten. Bovendien gaat Commdore nog grote financiële en marketing-technische obstakels tegemoet. De drie grootste ketens van eomputerwinkels met meer dan 900 vestigingen weigeren de Amiga in hun assortiment op te nemen. De reden is dat Commodore in het verleden hun markt heeft verziekt met plotselinge en zeer willekeurige prijs verlagingen van de CBM-64. Ook een hoog percentage mankementen onder de geleverde micro’s speelt hierbij een rol. Om over de grote partijen onverkochte computers in de winkelmagazijnen maar te zwijgen. Saillant detail is het feit dat degene die voorgenoemde praktijken bij Commodore in het verleden verantwoordelijk is geweest, ene Jack Tramiel, thans bij diezelfde winkeliers als haas van Atari nu met de S2OST uiterst gunstige af spraken maakt...
De nieuwe Commodore SFD 1001 dîskdrive met 1Mb geheugencapaciteit wordt in Londen al aangeboden voor 570 pond. De disk werkt met een zogeheten DSQD, een flexibele schïjf waarop extreem veel kan worden opgesIagen. Voor de gebruikers van de populaire CBM welkom nieuws
Tot nu toe was een snelle en betrouwbare diskdrive niet voorhanden. De (oude) seriele IEEE 1541 heeft het nadeel traag te zijn en loopt bovendien uit de pas. Ook al omdat het besturingssysteem problemen oplevert. Nu de 4040 met dubbele schijfjes — een aantrekkelijk alternatief, ondanks zijn wat geringere geheugen-capaciteit — uit de produktie is genomen, werd het probleem er niet minder om. En de enig overblijvende keuze, de 8250 diskdrive (2Mb geheugen) is nu niet bepaald goedkoop voor CBM-64-bezitters
De SFD 1001 is niet veel groter dan de 1541 schijfeenheid. Maar de diskette kan 1Mb aan gegevens bevatten, vergeleken met de 170K via de 1541 . Deze aanmerkelijke geheugenuitbreiding maakt de kans op verlies van opgeslagen gegevens groter. Dit wordt voorkomen door regelmatig een kopie te maken, En het voordeel van de grote opslagcapaciteit betekent dat je minder vaak van disks behoeft te wisselen.
De 1001 heeft een parallelle IEEE-aansluiting en werkt probleemloos met andere Commodore configuraties zoals PET de 3032, 4032, 8032 en 8096. Maar vreemd genoeg is de 1001 niet rechtstreeks aan te sluiten op de Commodore 64. Er zijn hulpstukken om dit probleem uit de wereld te helpen.
De verkorte handleiding behandelt de drives die op de IEE 488 kunnen worden aangesloten en verklaart dat de 1001 te vergelijken ïs met een ‘halve’ 8250 flexibele schijfeenheid. De grondigheid waarmee de samenstellers van die handleiding te werk zijn gegaan, valt te prijzen. Het ongemak van wat onoverzichtelijkheid moet men maar voor lief nemen. De commando’s voor de 64 zijn gerubriceerd in een aparte bijlage.
We hebben reeds gezegd dat de nieuwe drive sneller en betrouwbaarder werkt dan de 1541. De tijd om van spoor naar spoor te gaan is korter dan bij de 8050 en zelfs de 8250. Informatie inlezen of wegschrijven verloopt even snel, maar hangt af van wat men met de drive gaat doen. Hoeven slechts geringe hoeveelheden data opgehaald te worden, dan is de winst niet bepaald groot. De snelheid is beslist indrukwekkend te noemen bij willekeurig zoeken (random access), bijvoorbeeld met een database-programma, het laden van omvangrïjke programma’s of het invoeren van talrijke files naar tekstverwerking of elektronische werkbladen, Een ingewikkeld controleprogramma (op 28 afzonderlijke bestanden) duurt 4½ minuut op de 1541, 2½ minuut op een 8050-machine, terwijl de 1001 er slechts 90 seconden voor nodig heeft, De 1001 is niet uit te wisselen met de 1541 maar kan wel op de 8050 geformatteerde schijven verwerken.
Er komt daarbij wel een schoonheidsfoutje om de hoek kijken: het voor de eerste keer gebruiken van een 8050-floppy in de 1001-machine levert een foutmelding Op, Maar daarna zijn er geen problemen meer te duchten.
Commodore levert ook een programma dat het werkgeheugen in de drive voorziet van POKE-gegevens. Een volledige schrijf/lees-mogelijkheid is dus voorhanden, maar dan kan men maar één kant van de floppy voor databewerkïng gebruiken. Opslag van gegevens gebeurt op een tamelïjk onconventionele wijze. De disk werkt het beste met double-density-schijven met versterkte middengat-rand en het verdient aanbeveling dit type op de 1001 te gebruiken.
Het was prettig werken met deze nieuwe drive uit de Commodore Toegangs snelheid en het terugvinden van data-opslag gaan snel en zijn als sterke pluspunten te beschouwen. Het vriendelijke prijskaartje van ongeveer 570 Pond voor dit alles maakt de compacte 1001 tot een schijfeenheïd die zijn prijs en kwaliteit volledig waar maakt.
DSQD, Double Sided Quadruple Density: aan twee zijden ‘bespeelbare’ flexibele schijf, die bovendïen vier keer zoveel informatie kan bevatten als een ‘normale’ schijf.
Alweer een nieuw machines van Commodore en het eind is nog niet in zicht. Van de
CBM 128 kan in ieder geval gezegd worden, dat men eindelijk eens een compatibele
(met de 64 en CP/M) micro heeft gelanceerd.
Een nieuwe micro van Commodore is op zich weinig nieuws, we zijn de laatste tijd overspoeld met nieuwe micro’s. Maar aangezien Commodore met de 128 in ieder geval nu eens in de lijn van de 64 gebleven is, toch enig enthousiasme. We weten nog niet, wanneer de 128 in ons land te koop zal zijn, zeker niet voor mei.
De 128 is een goedgevormde een micro, die zowel compatibel is met de 64, meer geheugen heeft en ook nog via CP/M kan werken. Een interessante combinatie.
Eerst maar de meningen van wat kenners. De avond voordat de show in Las Vegas begon, ontmoette ik de ex-Commodore Software president (nu bij Atari) Sig Hartmann, die stiekem de nieuwe CBM 128 stond te proberen op de Commodore stand. Hij was net zo benieuwd als ik naar de machine, die hij met de Atari 65 XE en 130 XE moet beconcurreren.
Zon kans kun je niet voorbij laten gaan, ik ken Sig al heel lang en omdat hij de ontwikkeling van de 128 van nabij heeft meegemaakt, kan hij daarover heel wat vertellen. Hij was niet zo erg enthousiast over de nieuwe middenklasser van Commodore, op zich begrijpelijk van een Atari-man. “Te laat,” zei hij: “en met de 128 blijft men vastzitten aan de beperkingen van de 64 qua interfaces en snelheid, terwijl de CP/M optie bij de gewone 64 ook vrijwel niemand heeft overtuigd.”
Een dag later liep ik Jim Butterfield, een zeer gewaardeerde Commodore journalist, tegen het lijf. Zijn mening over de 64 was:”lk ben heel positief over deze machine en als Commodore de prijs beneden de 300 dollar houdt (dat komt ongeveer overeen met 1250 gulden mcl. BTW), dan wordt het een winnaar. Vooral de doorgroeimogelijkheid voor 64 bezitters is interessant.” Op de party, die Commodore gaf voor de pers en waar men oa. de Duitse MS-DOS PC voor het eerst liet zien, kreeg ik de kans om de zeer zwijgzame en niet bepaalde public relations vriendelijke Commodore president Marshall Smith om commentaar te vragen. Zijn advies aan 64 bezitters, die nu vrezen in de kou te komen staan: “Wie tevreden is met zijn 64, hoeft echt niet te vrezen, dat hij in de kou komt te staan. We zullen de 64 nog vele jaren blijven maken en er vast nog zeer vele verkopen. Maar wie wat meer wil, nieuwe mogelijkheden wil onderzoeken, die vindt in de 128 een goede stap vooruit. En wat heel belangrijk is, hij hoeft daarvoor niet zijn oude software en randapparatuur weg te doen, de 128 is software en interface compatibel met de 64.”
Laten we deze opmerkingen eens onder de loep nemen. Er is al lange tijd ruimte voor een opvolger of uitbreiding van de 64 en daarvoor heeft CBM al eerder de 264/364, die later de Plus! 4 heette, gelanceerd. Maar dat werd geen succes, vooral niet omdat het verschil tussen de 64 en de Plus!4 qua prijs niet al te groot was. Bovendien is de zakelijke markt een beetje wars van kleine machines en stapt men tegenwoordig al gauw naar een 1 6 bitter. De ingebouwde software zou het hebben moeten doen, maar net als bij de QL blijkt dat toch geen doorslaggevend argument.
De 1 28 is qua randapparatuur compatibel en dat betekent, dat men zonder meer een 1541 diskdrive of een Commodore printer kan blijven gebruiken. Daarmee is dat stuk onzekerheid voor de potentiële koper weggenomen, hij is verzekerd van een ruim aanbod aan apparaten tegen vrij lage prijzen.
Commodore 128 Specificatie:
Geheugen:
standaard 128 KB RAM
uitbreidbaar tot 512 KB RAM 48 KB ROM
Basic 7
Microprocessor 8502
(1 of 2 Mhz en 6502 compatible)
+ 6510 + Z8OA
Vïdeo output:
RGB, Chroma/Luma, TV,
Composite.
Beelsd 40+25 en 80+25
De 128 kan werken in een van drie verschillende werkingsgebieden (Mo des), nl. de 1 28 mode, de 64 mode en de CP!M mode. Als 1 28 is er de Basic 7 de keus uit 1 of 2 mHz kloksnelheid, 128 KB of meer geheugen via bankswitching en 80 of 40 koloms beeld, terwijl de disk IO sneller kan zijn dan bij de 64.
Daarnaast is de 64 mode, met de bekende parameters (40 kolommen, sprites, Basic 2.0, 651 0 processor en 64 KB RAM). Als CP!M machine kan men ook kiezen tussen 40 en 80 kolommen, zijn CP/M compatibele diskdrives aan te sluiten, en wordt er gewerkt met de 4 MHz Z8OA, alles onder CP!M 3.0 als Operating systeem.
Naast de vele 64 software en de mogelijkheid om CP!M software om te zetten, is er ook speciale C-128 software. Van Thorn-Emi is de PERFECT serie verkrijgbaar, dus Perfect Writer, Perfect CaIc en Perfect Filer. De data kunnen uitgewisseld worden tussen deze programma’s en er wordt gebruik gemaakt van dezelfde commando’s in deze drie pakketten.
Een stapje verder op weg na totale integratie is JANE 2,0, waarbij drie deelprogramma’s echt zijn samengevoegd. Jane werkt met ICONS, plaatje als aanduiding van commando’s en gebruikt ook de 128 muis.
Nog meer nieuws
De LCD is een machine voor de mobiele gebruiker, voor zover hij tenminste geen spelletjes wil spelen, want daarvoor is deze aktentascomputer niet bedoeld. Met een LCD display met 16 x 80 tekens, die wel wat klein zijn uitgevallen en daardoor moeilijk leesbaar, is men de concurrentie als de Tandy model 100/200 en de Epson PX-8 een stap voor. Er zit standaard 32 KB RAM geheugen in, en maar liefst 96 KB ROM. Dat leesgeheugen is gebruikt voor een aantal nuttige funkties en programma’s, zoals een rekenmatrix (spreadsheet), agenda, adresboekje, file manager en tekstfunktie. Wie hier een aantal zaken van de Plus/4 meent te herkennen, heeft gelijk, uit de Basic versie 3.6 (Bij de Plus!4 is dat 3.5) is dat ook af te leiden, de 128 heeft Basic 7.0. De LCD heeft in de Amerikaanse versie een ingebouwd 300 baud modem en ook uit een aantal andere eigenschappen valt af te leiden, dat we deze micro hier in Europa waarschijnlijk voorlopig niet zullen zien.
Deze 5 1/4 inch drive is waar iedereenn al lang op z te wachten met meer capaciteit (350 KB) en snellere toegangstijd. Nog niet echt snel, maar beter dan de 1541 Met de 128 samen kan men tot 41 Kilobaud komen behoorlijk beter dan de 300 baud van de 64.
Commodore brengt met de VIC-20 een microcomputer op de markt die kleuren, een standaard toetsenbord en een Basïc in ROM ïn een kleine behuizing combineert tot een personal computer met een prijs onder de duizend gulden. De VIC is volledig uit te breiden tot en met een floppy disk drive en een printer toe. Daarbij is de VIC voorzien van echte huiscomputervoorzieningen zoals een ,,game port”, kleuren video en geluidsuitgangen
Commodore tracht de markt voor goedkope microcomputers terug te veroveren met de VIC. Daarbij is Commodore meer beducht voor de dreigende Japanse concurrentie dan de gevestigde Amerikaanse concurrentïe zoals Tandy en Apple. De VIC is daarom al een half jaar leverbaar in Japan in een spe ciale Japanse uitvoering. De VIC 20 is, zoals gewoonlijk bij CBM microcomputers voorzien van een 6502. De behuizing ziet eruit als een toetsenbord, maar bevat een volwaardige microcomputer met geheugen, videomogelijkheden en diverse in/uit gangen.
Een ROM met de bekende PET/CBM Basic en 5K RAM is standaard. Voor de gebruiker is 3,6K RAM bruikbaar. Door middel van een extern aan te brengen uit breidingskaart is in totaal mogelijk. Combinaties (EP)ROM en RAM zijn ook baar,
De toepassing als huiscomputer ligt voor de hand als we de aansluitingen voor joysticks, paddles en een lichtpen zien: de ,,game port”. Drie toonuitgangen met een gebied van drie octaven en een geluidsgeneratoruitgang kunnen via de televisie of een externe luidspreker diverse geluiden hoorbaar maken, Voor het aansluiten van een printer of een modem is een RS232 interface aangebracht, een afwijkende benadering van randapparaten voor Commodore die gewoonlijk IEEE-interfaces toepast. Een speciale IEEE voor de VIC 20 is wel leverbaar zodat alle CBM randapparaten bruikbaar zijn
Voor een goedkope microcomputer heeft de VIC een verrassend goed toetsenbord, CBM heeft niet dezelfde vergissing gemaakt als met de PET2001, Het is een echt toetsenbord, zoals de CBM3016 heeft, voorzien van grafische opschriften, die in de praktijk zijn waarde zal bewijzen. Een restore toets maakt het stoppen van op hol geslagen programma’s mogelijk zonder het programma te verliezen, Een viertal, door de gebruiker zelf
te definiëren functietoetsen en besturingstoetsen voor de cursor complementeren het toetsenbord,
Een losse, apart te leveren, cassetterecorder zoals bij CBM gebruikelijk met een digitale opneemmethode, kan voor het bewaren van programma’s worden gebruikt, Alle PET/CBM programma’s kunnen in de VIC-20 worden ingelezen, de afwijkende schermindeling zal echter problemen opleveren, Voor de VIC-20 is een speciale versie van de nieuwe CBM2031 floppy disk drive ontwikkeld, Deze is niet, zoals bij Commodore gebruikelijk, via de IEEE-bus aangesloten, maar op de serie bus van de VIC-20, De floppy disk drive heeft een opslagcapaciteit volgens CBM van 175K. Dit zal dan wel ongeformateerd en double density zijn.
De VIC-20 dankt zijn naam aan het VIC-IC, een Video Interface Controller Dit intelligente IC be vat RAM, ROM en videoschakelingen om zelfstandig een videosignaal op te wekken. De ontwikkeling van dit IC was de sleutel tot de lage prijs van de VIC-20 door het aantal IC’s te beperken tot 20. De VIC-20 biedt 8 basïskleuren en 8 karakterkleuren, in totaal 16 beeldschermkleuren. De grafische karakterset is gelijk aan de karakterset zoals die is toegepast in de PET CBM-computers Het grafisch oplossend vermogen bedraagt 116 bij 176 punten, op het scherm worden 23 regels met 22 karakters getoond, De beperking tot 22 karakters is jammer. 40 karakters op eer regel zoals de PET/CBM-computers hebben, had prettiger gewerkt er het compatibel zijn gewaarborgd, Het videosignaal kan met een televisie modulator op een (kleuren)televisie worden getoond, een gewone video-uitgang is eveneens beschikbaar De VIC-20 moet ook in staat zijn het in Europa gebruikelijk PAL-kleurensignaal naar de televisie te sturen.
De VIC 20 is een Basic in ROM computer met een bekende en uitstekende PET/CBM versie van Microsoft Basic, Voor de VIC-20 is de ze Basic uitgebreid met commando’s voor geluid, kleur en grafische mogelijkheden en de game port interface zoals joysticks etc, Uitbreidingen in ROM van de software zullen leverbaar worden als een machinetaalmonitor en een uitbreiding van de hoog oplossend vermogen commando’s.
Op zich zijn de mogelijkheden van de VIC-20 niet nieuw, maar de combinatie en de lage prijs maken de VIC-20 tot een intessante computer.
De VIC-20 vult het gat tussen hobbycomputers en de duurder personal computers en zal de personal computer voor nog meer mensen toegankelijk maken. Opmerkelijke eigenschappen van de VIC-20 zijn de kleuren en de grafische mogelijkheden de game port en het uitbreidbaar zijn. De RS232-interface is voor een personal computer een betere keuze dan de IEEE-bus.
Programma-pakket van de plus/4 nader bekeken
Het heeft even geduurd, maar Commodore’s Plus/4 computer begint nu in de winkels te verschijnen. Met de PlusI4, die vorig jaar tegelijk met de C werd geannonceerd, wil Commodore niet alleen de gevorderde hobbyist bedienen, maar ook gebruikers die op zoek zijn naar een serieuze machine waarmee op kleine schaal zakelijke toepassingen mogelijk zijn. Een van de aardigste attracties van de Plus/4 is de grote hoeveelheid ingebouwde
software, maar tot nu toe was nog niet helemaal zeker hoe deze pakketten er uit zouden gaan zien in de Nederlandse versies. Dat is inmiddels wel bekend, en daarom bekijkt Commodore Dossier de vier pakketten (‘3 plus 1 ‘) op hun merites. Jan Jacobs knijpt een oogje dicht, ziet wat door de vingers, kijkt af en toe de andere kant op, en concludeert dat Commodore voor weinig geld heel acceptabele software biedt.
De Commodore Plus/4, die even boven de duizend gulden kost,heeft naast 64 K echt (!) beschikbaar RAM twee extra ROM (leesgeheugen) waarin de ‘3 plus 1 ‘ software is opgeslagen. Software in ROM betekent dat deze gebruiksgereed is zodra je de machine aanzet, een druk op de F1 toets activeert de tekstverwerker, vanwaar naar de andere pakketten kan worden overgestapt. Een bijkomend voor deel van software in ROM is dat geen kostbaar werkgeheugen wordt opgeofferd. En Commodore vindt het natuurlijk leuk dat kopiëren veel moeilijker wordt. Het ‘3 plus 1 ‘ pakket bevat een tekstverwerker, een spreadsheet (rekenprogramma), een elektronische kaartenbak en een programma om grafieken te maken. Zoals de trend dicteert, kun je gegevens tussen de verschillende pakketten uitwisselen, hoewel er flinke beperkingen zijn. Om met de deur in huis te vallen: de tekstverwerker is geen Wordstar, de spreadsheet geen Multiplan en de kaartenbak haalt het niet bij DBase II. Maar elk van de genoemde professionele pakketten kost meer dan de Plus/4 inclusief hardware, dus zon vergelijking is niet op zijn plaats. Het is misschien aardiger te kijken hoe de standaard software van de PIus/4 afsteekt tegen vergelijkbare software voor de Commodore 64, en dan moet je concluderen dat de kwaliteit van de programma’s die een winkelwaarde vertegenwoordigen van enkele honderden guldens toch vrij aardig is.
De tekstverwerker lijkt veel op Easyscript, en heeft alle functies die je tegenwoordig ook bij goedkopere tekstverwerkers mag verwachten: zoeken en veranderen, blokoperaties, weghalen van tekst en tekens, invoegen enz. Een paar hinderlijke trekjes van Easyscript zijn zelfs verbeterd. Zo kun je, nadat je midden in een regel een ‘return’ hebt gegevens, de per ongeluk weggevallen tekens rechts van de cursor weer terughalen. Net als Easyscript kun je met de Plus/4 tekstverwerker werken met regels die langer zijn dan 40 karakters, het scherm is in dat geval een venster dat over de tekst ligt, en dat je naast van boven naar beneden ook van links naar rechts kunt ‘scrollen’. Vanuit de tekstverwerker kom je door het ‘indrukken’van de Commodore toetsen in de commando waarna de instructie ‘tc’ volstaat om in de spreadsheet te komen.
Het ‘3 plus 4’ spreadsheet kan 850 cellen, verdeeld over 50 rijen en 1 7 kolommen bevatten, maar je kan maar twaalf rijen en drie kolommen tegelijk in beeld krijgen. Het spreadsheet is beduidend beter dan veel rekenprogramma’s die voor de Commodore 64 op de markt zijn, maar is tegelijk te beperkt om voor serieus zakelijk gebruik in aanmerking te komen. Grote modellen kun je er niet op kwijt, maar een aangifte van de inkomstenbelasting of een eenvoudig budget levert geen problemen. Ook hier moet je de prestaties van het programma zien in relatie met de prijs. Een sterk punt is overigens dat de schijf commando’s, zoals ‘ca’ voor een inventaris en ‘df’ voor het uitwissen van een bestand in alle programma’s gestandaardiseerd zijn. Dat werkt prettig en is wel zo overzichtelijk. Gegevens uit het rekenprogramma kunnen worden getransporteerd naar het grafieken met het MAP-commando. Hiermee kunnen waarden worden omgezet in een blokkengrafiek, die eventueel ook weer kan worden overgezet naar de tekstverwerker. Het grafische programma is ronduit beperkt, omdat maar een enkel type grafiek kan worden aangemaakt. Deze functie is op veel spreadsheets trouwens standaard ingebouwd. Om het grafieken een extra programma te noemen, lijkt me dus wat overdreven.
Het laatste ROM-programma is een elektronische kaartenbak, die je bijvoorbeeld kunt gebruiken om een adressenbestand in onder te brengen, dat kan worden gekoppeld met de tekstverwerker. Elk item in een bestand mag een maximale lengte hebben van 38 tekens, en in een zogeheten ‘record’ mogen maximaal 17 velden worden opgenomen. Naast naam, adres, postcode, woonplaats, land kun je dus nog 12 andere categorieën opnemen. Wanneer de maximale record wordt gebruikt kun je per disk zon 200 items opnemen, wat voor adresbestanden vaak voldoende zal zijn. De informatie in het bestand kan alfabetisch of op grootte worden gesorteerd, en dat met drie categorieën tegelijkertijd. Met ‘review’ kun je het hele bestand doorlopen.
Stuk voor stuk zijn de programma’s niet spectaculair te noemen, maar in combinatie met de machine en de prijs biedt Commodore toch een aantrekkelijke mogelijkheid voor weinig geld ervaring op te doen met zakelijke programma’s. Tenzij het om het bijhouden van de administratie van het zangkoor van Tietjerksteradeel gaat zullen veel toepassingen echter al snel een grotere machine vergen. Toch is de kans groot dat tegen die tijd de Plus/4 zichzelf al heeft terugverdiend. Daarnaast is de ervaring die men opdoet men een kleine, goedkope computer een goed startpunt om verantwoord een grotere machine te kunnen kiezen. Kleine zelfstandigen zonder computer-ervaring zijn dan ook het meest gebaat met de aanschaf van een Plus/4. De aankoop is nog aftrekbaar ook! Voor pure hobbyisten blijft de Commodore64 echter toch een machine met meer mogelijkheden, en wat belangrijker is, een veel groter softwareaanbod.
Opgeruimd staat netjes en dat geldt zeker voor deze mooie kast, die speciaal voor de CBM 64 (en de VIC—20) werd ontwikkeld. Om aan alle dradentroep een eind te maken, worden ze in de kast weggemoffeld, terwijl ook een uitbreidingsbord, gevuld met ROMpacks er gemakkelijk in past, evenals de voeding van de CBM 64. Verder kunt u de TV of monitor op deze kast plaatsen, zodat deze zich meer op ooghoogte bevindt. De kast is gemaakt van stevig aluminium (lichtgewicht) en het deksel van metaal, zo dat ook zware apparaten hierop een plaatsje kunnen vinden. Het geheel is gespoten in een licht beige kleur, die past bij de printer, het schijfgeheugen, enz. De onderzijde van de kast is beplakt met viltstroken om beschadiging van de werkplek te voorkomen en het geheel is hier door gemakkelijker te verschuiven.
Standaard voorzieningen
Aan de linkerkant van de kast bevindt zich een aan/uit schakelaar met indicatielamp, waarmee alle eventueel aangesloten randapparatuur kan worden geschakeld, zodat elk apparaat niet meer afzonderlijk behoeft te worden aan— of uitgezet.
Aan de achterzijde van de kast bevinden zich twee euro—chassisdelen voor de netspanning. Op het ingaande chassisdeel wordt een netsnoer gestoken en van uitgaande chassisdeel wordt door middel van de netschakelaar links op de kast de netspanning aan— en uitgeschakeld. Hierop kunt u bijvoorbeeld een viervoudige wandcontactdoos aansluiten, waar alle randapparaten hun voeding af kunnen halen (zon wandcontactdoos wordt niet meegeleverd). Alle apparaten kunnen nu centraal worden in— of uitgeschakeld door een druk op de knop -
Verder bevindt zich aan de achterzijde een brede sleuf, waar alle in— en uitgaande snoeren naar en van de CBM 64 worden doorgevoerd.
Aan de rechterzijde van de kast is een sleuf gemaakt om toegang te krijgen tot de joystick— poorten, de aan/uit schakelaar en de voedingsplug van de CSM 64. Achter deze sleuf zit een gat voor het doorvoeren van het netsnoer van de CSM 64, zodat dit weer in de kast verdwijnt. Om dit netsnoer kan voor de stevigheid nog een trekontlasting worden aangebracht.
De afbeeldingen geven een goede indruk, hoe de ze prachtige kast er uit ziet en kan worden gebruikt. De prijs bedraagt f1. l90,= (incl. btw) en dit bedrag kan worden overgemaakt op giro 4088944 t.n.v. Copytronics, Deventer, onder vermelding van ‘behuizing 64’. Zijn er voldoen de gegadigden, dan zal de levertijd zon 3 tot 4 weken bedragen. Inmiddels wordt gewerkt aan een opzetstuk voor het plaatsen van een cassetterecorder en een schijfgeheugen 1541 (of eventueel twee schijfgeheugens naast elkaar), waar dan de monitor weer bovenop wordt ge plaatst.
voor verdere informatie kan contact worden op genomen met: Gerard Bettenhaussen, Akeleituin 2, Zoetermeer (079)410593 na 19.00 uur. |