Header image  
Atari pagina  
 
    home

Atari rocks!
Eerst niet van plan, gelukkig er wel mee begonnen: Atari spelcomputers! Yeah!

 

Atari 400 & 800 huiscomputers bij uitstek
Test in de Hobbit maart 1983 Han v. Egdom

 

Iedereen kent waarschijnlijk Atari, die als spelcomputer in gigantische aantallen wordt verkocht. Minder bekend zijn de hobbycomputers van deze firma, althans in Nederland, want in ons omringende landen worden deze systemen, de Atari 400 en 800, al een paar jaar aangeboden. In dit artikel leest u onze bevindingen met deze echte huiscomputers.

Twee computers telt de Atari-familie: de 400 en de 800. Qua uiterlijk verschillen beide apparaten nogal- zo heeft de 400 een tiptoetsenbord en de 800 een normaal schrijfmachinetoetsenbord- maar in de standaarduitrusting zijn de twee computers identiek. Ook de aansluitmogelijkheden zijn grotendeels hetzelfde. Een stevige kunststof behuizing zorgt er bij de computers voor dat alle onderdelen rotsvast op hun plaats blijven. Ervaring wat betreft het maken van stevige machines heeft Atari ongetwijfeld opgedaan bij het maken van videospelen, de z.g.n. Aracade machines die we veelvuldig tegenkomen in amusementshallen. Met deze Arcade machines is Atari omstreeks 1972 begonnen. Een logisch vervolg hierop was het huiskamer TV-spel, dat ook nu nog aan populariteit wint.

Ook de Atari 400 en 800 kunnen worden gebruikt voor spelletjes, maar hebben daarbij de mogelijkheid om te worden ingezet voor wat meer geavanceerde toepassingen. Eigenlijk is het andersom, want de Atari’s zijn wel degelijk personal computers, die door het plaatsen van een spelletje ROM-pack worden omgetoverd tot spelcomputer. Dit ROM-pack is verscholen achter een deksel dat eenvoudig kan worden geopend (afb. 1). Het openen van het deksel heeft tot gevolg dat de voedingsspanning wordt uitgeschakeld. Hierdoor wordt voorkomen dat ROM-packs bij ingeschakelde voedingsspanning worden verwisseld. Computer, cassetterecorder, printer en disk drive hebben elk een externe voeding nodig. De voedingsblokjes bevatten slechts een transformator, zodat de gebruiker alleen met laagspanning te maken heeft. Hoe meer randapparaten, des te meer voedingsblokjes derhalve. Er is echter ook een grote transformator leverbaar, die in totaal zes apparaten van spanning kan voorzien. Hierbij heeft men het voordeel van slechts één netsteker.

Drie speciale IC’s
Zoals gezegd zijn beide computers in de standaardconfiguratie intern gelijk. Een 6502 microprocessor wordt gebruikt als centrale verwerkingseenheid. Deze processor wordt terzijde gestaan door een drietal speciale IC’s:

  1. de ANTIC-chip, die het gebruik van een lichtpen mogelijk maakt;
  2. de CTIA/GTIA-chip neemt de verwerking van graphics en geluid voor zijn rekening. Het spreekt voor zich dat dit IC nauw samenwerkt met de ANTIC-chip;
  3. de POKEY-chip verzorgt samen met een normale PIA (6520) alle I/O-functies.

De elektronica van de Atari computers is verdeeld over twee printen, een processorprint en een print waarop zich de overige onderdelen bevinden. Het geheel is gemonteerd in een stevig gegoten aluminium chassis dat tegen een stootje kan.

Geheugen
Tot de standaarduitrusting van de 400 en de 800 behoort een RAM van 16 Kbyte. Bij de 400 is dit tevens de maximale hoeveelheid gebruikersgeheugen. De 800 daarentegen is met behulp van insteekmodulen uit te breiden tot maximaal 48 Kbyte RAM. Deze modulen kunnen door de gebruiker zelf worden aangebracht in een van de geheugen uitbreidingslots die zich onder een soort deksel bevinden (afb. 2). Dit deksel kan worden verwijderd door het simpel weg- draaien van twee palletjes.
Het besturingssysteem/monitorprogram ma is ondergebracht in 10 Kbyte ROM. Bij de 400 is dit vast aanwezig, terwijl het bij de 800 in de vorm van een geheugenmodule onder het hierbovengenoemde deksel is geplaatst. Een BASIC-interpreter is in geen van beide computers vast aanwezig, maar wordt wel standaard met elk systeem meegeleverd. Deze interpreter (8 Kbyte) heeft dezelfde afmetingen als de spelletjes ROM-packs en kan in de daarvoor bestemde ruimte worden gestoken.

Toetsenbord
Een van de punten waarop de Atari’s van elkaar verschillen is het toetsenbord. De 400 heeft een geheel gesloten tiptoetsen bord en de 800 heeft een normaal schrijfmachinetoetsenbord. De indeling van beide keyboards is identiek. Het tiptoetsenbord van de 400 is niet, zoals bij dit soort toetsenborden gebruikelijk is, vlak, maar rond de toetsen zijn opstaande randjes aangebracht. Voordeel hiervan is dat het wel wat prettiger te bedienen is; echt comfortabel is het echter niet, het blijft min of meer behelpen.
De 800 is wat dit onderwerp betreft een veel volwassener machine. Irritant is echter het piepje dat klinkt zodra een toets is ingedrukt en dat jammer genoeg niet kan worden onderdrukt.
De indeling van de toetsen is standaard QWERTY en alle toetsen hebben een automatische repeat. Speciale toetsen zijn Control, TAB en Break. Bovendien zijn er t,b,v. het opmaken en corrigeren van programmaregels de toetsen Clear, Insert en Delete en vier cursorbesturingstoetsen, De computer kan in de lower mode worden gezet met de Caps/Lower toets, Hierbij moet worden vermeld dat de BASIC geen kleine letters accepteert. Een toets die als opschrift het Atari-symbool draagt, zorgt ervoor dat informatie in reverse video (lichte achtergrond/donkere tekst) op het scherm verschijnt. System Reset, een toets naast het normale toetsenbord, is beveiligd met een opstaande rand. Hiermee kan een vastgelopen systeem weliswaar opnieuw worden gestart, maar een programma in het geheugen gaat niet verloren.
Met de Controltoets ten slotte, kunnen verschillende grafische symbolen direct vanaf het toetsenbord op het scherm worden gezet. Deze grafische symbolen zijn gegeven in afb. 3.

Beeldscherm
Als uitvoermedium kan een normale kleuren- of zwart/wit-TV dienst doen die is afgestemd op kanaal 2 of 3. Met een schakelaartje op de computer kan een keuze worden gemaakt tussen deze twee kanalen, Het beeld dat op het scherm verschijnt is rustig en van goede kwaliteit. Het beeldscherm kent 20 verschillende indelingen voor tekst en graphics. E.ea.
weergegeven in tabel 1 Hierbij is tevens aangegeven hoeveel kleuren er in de verschillende modes beschikbaar zijn en hoeveel geheugen er in beslag wordt genomen. Het spreekt voor zich dat er bij het hoogst oplossend vermogen (320 x 1 92 punten) flink wat RAM wordt gereserveerd en dat bij het gebruik van deze mode bij de 400 (met 16 Kbyte RAM) niet veel geheugen overblijft voor programma’s.

Aansluitmogelijkheden
Aan de voor- en zijkant van de computers zijn verschillende connectoren te vinden.
Te beginnen aan de voorzijde komen we vier aansluitingen tegen die bestemd zijn voor het verbinden van vierjoy-sticks, v game-paddles, een lichtpen, of een combinatie van deze attributen. Wellicht de belangrijkste aansluiting, de uitbreidings connector, bevindt zich aan de zijkant van de computers. Hierop kan een speciale Atari cassetterecorder, een floppy disk drive of een interfacemodule worden aangesloten. Deze apparaten kunnen, omdat er maar één uitbreidingsconnector is, volgens een daisy chain principe met elkaar worden doorverbonden, Dus van de computer naar de disk drive, van de disk drive naar de cassetterecorder, enz. Het is bij deze computers niet mogelijk om een normale (goedkope) cassetterecorder te gebruiken en de recorder die Atari levert (typenummer 410) is met 348 gulden niet bepaald laaggeprijsd.
Ook de floppy disk drive, een enkele drive met een capaciteit van 90 Kbyte per schijf, is tamelijk duur: f 2098,—-. Het besturingssysteem van de diskdrive, het DOS, wordt meegeleverd op een zgn. Master d Bij het inschakelen van de computer wordt, als ook de drive aan staat, dit DOS automatisch in het RAM van de Atari gezet. Bij elkaar neemt dit 9 Kbyte in beslag.
Indien men beschikt over de interfacemodule (type 850) is koppeling met andere randapparatuur mogelijk. Hiertoe heeft de module drie seriële interfaces (volgens de RS232 norm) en een 8-bit parallel Centronics interface.

BASIC
Een 8 Kbyte BASIC interpreter wordt met deze computers meegeleverd in de vorm van een ROM-pack, dat in het daartoe bestemde slot kan worden gestoken. Het is een wat eigenzinnige versie van BASIC, waarvan tabel 2 een overzicht geeft. Programmaregels worden gecontroleerd op het moment dat ze worden ingevoerd. Een fout in een regel resulteert onmiddellijk in een foutmelding. Achter de foutmelding wordt opnieuw de betreffende regel op het scherm gezet en met de cursor wordt aangegeven waar de onrechtmatigheid zich precies bevindt. Een handige manier om fouten te verbeteren, maar vervelend is wel dat de foutmelding bij het veranderen van een bestaand programma over een correcte regel wordt heengeschreven, waardoor die regel dan plotseling begint met een ERROR-statement, Het aan elkaar rijgen van strings vereist enige handigheid. In tegenstelling tot andere interpreters, kunnen stringvariabelen in Atari BASIC niet met een + teken worden gekoppeld. De truc voor het combineren van twee strings ziet er als volgt uit:
B$(LEN(B$)+1)=A$
Hiermee wordt A$ vastgeknoopt aan B$, wat dus het gewenste effect oplevert. Het combineren van een INPUT-statement met een print-opdracht is in ATABASlC niet mogelijk.
INPUT’NAAM”; A$
moet dus worden ingevoerd als
PRINT ‘NAAM”; INPUT A$
Voor het werken met graph heeft deze BASIC de volgende statements:
- GRAPHICS voor het aangeven van de grafische mode (zie tabel 1);
- PLOT laat een punt oplichten op de aangegeven plaats;
. DRAWTO trekt een lijn naar een opgegeven locatie;
- POSITION zet de cursor op de aangegeven plaats (werkt alleen in de modes 1
t m 4),
De fantastische graphics van de verschillende spelcassettes doen vermoeden dat er op grafisch gebied nog wel meer mogelijk is dan vanuit BASIC kan worden bereikt. Over het scherm schietende ruimteschepen, basketballende figuurtjes, enz. , versterken dit vermoeden. De fabrikant laat de gebruiker hierover echter in het ongewisse.
Geluidseffecten kunnen, via de luidspreker van de TV, worden opgewekt met de SOUND-statement. Tot vier verschillende tonen kunnen hiermee tegelijkertijd hoor baar worden gemaakt. Toonhoogte, ver vorming en geluidssterkte kunnen van elke toon afzonderlijk worden ingesteld met deze SOUND-statement. Pi b CK, PTR en S Rlu zijn speciale statements voor de joy-sticks en game-paddles die de positie van deze spelletjesattributen opvragen.
Het programmaatje van afb. 4, waarmee
m bv. een joystick elke willekeurige figuur op het scherm kan worden getekend, Illustreert het gebruik van de statements STICK en STRIG.
Alle statements kunnen worden afgekort door de eerste twee of drie letters te nemen, gevolgd door een punt GRA PHICS wordt op die manier GR en PRINT wordt FR. . De interpreter vult dan zelf de statement aan, zodat in een listing de statements in onverkorte vorm verschijnen
Voor de liefhebbers is er op schijf ook Microsoft BASIC leverbaar.

Conclusie
Afgaande op het succes dat de Atari computers in het buitenland hebben, en gezien de belangstelling die er voor deze apparaten vorig jaar op de Firato was, mogen we verwachten dat deze apparaten ook hier een goede toekomst tegemoet gaan. De fascinerende spelletjes en het gemak waarmee deze kunnen worden gebruikt zullen zeker bijdragen aan het succes van deze computers
Niet in de laatste plaats zal de overweldigende hoeveelheid software zowel spelletjes als serieuze toepassingen bevorderend werken op het succes. Met name de 400, die met z’n tiptoetsen bord ideaal is voor kinderen, zal het moeten hebben van de meer speelse toepassingen. De enige — maar niet onbelangrijke — handicap zal ongetwijfeld de prijs zijn. Een bedrag van 1 398 gulden is immers niet mis voor kinderspeelgoed. Vergelijken we dit bedrag met de prijs die voor een concurrerend systeem (denk maar aan een VIC-20 of TRS-80) moet worden betaald, dan komt de 400 nog niet eens zo slecht uit de bus Jammer is wel dat het gebruikersgeheugen van de 400 op geen enkele manier is uit te breiden Wat meer serieuze pretenties heeft de 800. Serieuzer is ook de prijs: t 2.998, -, ruim tweemaal zoveel als de 400 derhalve Ons inziens is dit verschil wat overdreven, want in de standaarduitvoering ver- schillen beide computers alleen wat betreft het toetsenbord en de uitbreidbaarheid van het geheugen.
Afgezien van de bedenkingen tegen de prijs, zijn we bijzonder enthousiast over de Atari computers. Het zijn met recht apparaten voor huis-tuin-en-keukenqebruik die door hun eenvoud geschikt zijn voor een groot publiek.
Importeur Atari International BV, Franse Akker 9, 4824 AL Breda (076) - 48 09 11.

 

ATARI 520ST MAAKT HELE GENERATIE MICRO’S ANTIEK - test in de PCM september 1985

De sceptici hebben ongelijk gekregen: Tramiel is terug en hoe. De Atari 520ST is geboren, met zijn geavanceerde techniek, GEM-programma tuur en gunstige prijs een onmiskenbare trendsetter. Kroontesters Jan Jacobs en Dennis Kuit verzekerden zich van een eerste plaats. Een in drukwekkend verslag van een 1 technisch hoogstandje.

Toen Jack Tramiel, oprichter en voormalig eigenaar van Commodore, het noodlijdende Atari kocht van de Amerikaanse gigant Warner, gaf vrijwel niemand in de industrie nog een cent voor dit bedrijf. De schulden waren hoog opgelopen, en computers als de Atari 600 en 500XL bleken niet opgewassen tegen de concurrentie van met name Commodore en Sinclair. Tramiel zat niet bij de pakken neer: hij ontsloeg de helft van de werknemers, gaf de rest een flinke uit brander en zette zich aan het ontwerpen van nieuwe machines.
Op de Hannover Messe, in april jongstleden, was een van de eerste resultaten daar van, de 520SF, al te zien, maar het duurde nog even voordat de computer aan een uitgebreide evaluatie kon worden onder worpen.
In de prijsklasse tot pakweg 3500 gulden (denk aan een Commodore 64 met monitor, diskdrive en wat software) is er in de eerste helft van 1985 weinig te beleven geweest. Goedkope IRM-klonen vallen ah rijpe appels van de boom, maar opwindende nieuwe micro’s moet je met een lantaarntje zoeken. En dat terwijl populaire hobbycomputers als de BBC, Commodore 64 en alle Msx-computers gezien de stand van zaken op het terrein van de chip technologie hun beste tijd gehad zouden moeten hebben. De altijd eigenwijze Clive Sinclair liet met de QL zien dat je voor minder dan 2000 gulden een machine met een krachtige 16-bit processor en een berg geheugen kunt produceren en verkopen. Helaas had, en heeft, de QL naast indruk wekkende specificaties zo veel tekortkomingen dat het succes waar Sinclair op hoopte is uitgebleven. Maar zoals Sinclair jaren geleden met de zx80 de massamarkt voor hobbycomputers aanboorde, zo heeft hij met de QL de contouren van een nieuwe generatie goedkope micro’s afgebakend. Eigenlijk had Apple dat eerder al gedaan met de Macintosh, maar daaraan hangt een prijskaartje dat alleen voor zakelijke gebruikers interessant is. Serieuze hobbyisten kopen voor dat bedrag waarschijnlijk liever een leuke middenklasseauto.
Dat het nu juist Atari is die laat zien wat je met moderne produkt voor minder dan 3500 gulden anno 1985 aan computergebruikers kunt bieden, mag een klein wonder heten. Toen Jack Tramiel eind vorig jaar zijn plannen met Atari bekendmaakte, was de algemene reactie onder journalisten en in de industrie: eerst zien, dan geloven. Het leek immers volslagen onmogelijk een 68000-machine met 512K werkgeheugen, een 3.5-inch floppy drive èn een monitor voor een prijs onder de 3500 gulden aan te bieden.
We zijn nu zes maanden verder en de sceptici hebben ongelijk gekregen. De Atari 130XE en de 520ST werden in een ongelooflijk krap tijdsbestek ontworpen en klaar gemaakt voor massaproduktie, en in april was de 520ST het stralende middelpunt op de Atari-stand in Hannover. Inmiddels is de produktie goed op gang gekomen, en rollen maandelijks tienduizenden 520’s van de lopende band in het Verre Oosten. Sinds de Apple Macintosh en de Sinclair QL hebben we een computer niet meer zosnel uit de doos geritst als de nieuwe Atari. Uit deze Kroontest zal blijken dat het vele maanden wachten niet voor niets is geweest.
BUITENKANT
De Atari 520ST wordt geleverd in drie kar tonnen dozen die respectievelijk de systeemkast, de monitor en de floppy drive herbergen. Toetsenbord en systeemeenheid vormen, zoals gebruikelijk bij hobbycomputers, één geheel. Zowel diskdrive als systeemkast hebben een externe voeding, en samen met de monitor neemt de hele configuratie drie contactdozen in beslag. De muis — een onmisbaar onder deel in het systeem — wordt in de zijkant van de hoofdkast aangesloten, alle andere verbindingen vinden een plaatsje aan de achterzijde van de machine.
Het moet gezegd: de machine en de bijbehorende randapparatuur zien er gelikt uit in hun strak vormgegeven, lichtgrijze behuizing. Wie zich realiseert dat Jack Tramiel ook de man achter de PET en de Commodore 64 is — twee voorbeelden van de ‘vorkheftruck-stijl’ in de industriële vormgeving — moet blij verrast zijn door de gave verschijning van de 520. De systeemkast meet 48x24x6 centimeter. De diskdrive maakt het systeem nog eens 14 centimeter breder, omdat deze alleen maar naast de machine is te plaatsen. De monitor lijkt op een kubus met ribben van ongeveer dertig centimeter, een beschaafd formaat derhalve.
Een en ander kan zo klein zijn omdat twee afzonderlijke voedingen (voor de systeem- kast en de drive) in afzonderlijke behuizingen zijn ondergebracht. Wat dit betreft oogt de Macintosh fraaier, en Atari koos — wellicht uit produktie- en ontwerptechnische overwegingen — voor losse componenten. Gelukkig zijn de voedingssnoeren zo lang dat de beide voedingen gemakkelijk op de grond kunnen worden geplaatst. Het laatste bezwaar vormen de zes losse snoeren die het systeem in de basisuitvoering telt. Een schoonheidsfoutje, zullen we maar denken. Met een flinke boodschappentas — formaat ‘Big Shopper’ — kunt u hem meenemen in de trein.
BINNENWERK
Wanneer je erbij stilstaat is het eigenlijk verbluffend te zien dat de 520s-r dezelfde bestanddelen onder de motorkap heeft als de speciale zogeheten ‘personal workstations’ van bijvoorbeeld Hewlett-Packard, Sun of Mascomp die gebruikt worden voor computerondersteund ontwerpen:
een 68000 processor en een half megabyte aan werkgeheugen. Hierbij vergeleken doet een 6502-processor en 64K (Commodore 64) magertjes aan. De 520ST maakt een hele generatie micro’s antiek.
Na het losschroeven en verwijderen van een solide uitgevoerde metalen afscherm plaat, is het ontbreken van grote hoeveel heden chips het eerste dat opvalt. Naast de 68000 processor (de krachtpatser die ook in de Apple Macintosh is te vinden) en de kom- en Ram-chips, bevat de Atari vier zogeheten ‘custom’ chips die tientallen afzonderlijke IC’s overbodig maken. Deze door Atari ontworpen chips — waarvan er twee niet in de conventionele DIL behuizing maar in een vierkant doosje zijn ondergebracht — dragen onder andere zorg voor geheugen-beheer, videobesturing en in het algemeen het ontlasten van de hoofdprocessor. Het 512 Mb werkgeheugen is geconfigureerd in de vorm van zestien 256K chips die direct op de kaart zijn gesoldeerd. Die kaart biedt ook ruim te aan zes 32K Rom-chips, die in onze versie echter nog niet aanwezig waren. De systeemprogrammatuur wordt vanwege het nog niet definitieve karakter ervan (eufemisme voor fouten) voorlopig nog op schijf meegeleverd. Atari zegt vanaf deze maand de 520ST in de Rom-versie te zullen leveren. Geheugenuitbreiding op de moederkaart zit er volgens ons niet meer in: er is eenvoudig geen plaats voor. En 1Mbit Ram-chips zijn vooralsnog veel te duur. Wel kan een rom-cassette van 128K worden aangesloten.
Over het ontwerp van de 520 is terdege nagedacht. Dat blijkt alleen al uit het feit dat zo veel functies in zo weinig chips zijn ondergebracht. Een PC, uitgevoerd met vergelijkbare functies, moet worden voor zien van een handvol extra uitbreidingskaarten. De 520ST-apparatuur ondersteunt de floppy- en harde-schijf-besturing, Rs-232C- en Centronics-aansluitingen, drie grafische ‘modes’ waarvan twee in kleur, driestemmige synthesizer en een MIDI voorziening, waarover verderop in het artikel meer.
Atari heeft de meeste moeite gestopt in het ontwikkelen van eigen chips voor het grafische werk en het geheugenbeheer, twee zaken die van enorm belang zijn voor de snelheid van een machine. Men koos hier voor hardware zonder concessies, de microprocessor hoeft bijvoorbeeld nooit te wachten op de videobesturing.
In het algemeen kun je stellen dat de 520-apparatuur een vlijmscherp, goed doordacht compromis is tussen de modernste technologie en een lage kostprijs. Maar wel een compromis dat de gebruiker meer biedt dan vergelijkbare machines die vele malen meer kosten.
Het lijkt wel of de ontwerpers niet op de centen hoefden te letten, maar tegelijk weet je dat Tramiel voortdurend met zijn zakrekenmachine in de weer moet zijn geweest om de prijs van 3500 gulden te realiseren. Dat Atari de componenten in relatief korte tijd op zo’n fraai ogende print- plaat heeft weten onder te brengen is een staaltje van ontwerptechniek dat bewondering afdwingt.
SCHIJVEN
De floppy-besturings-chip ondersteunt twee drives, waarvan er een standaard bij de machine wordt geleverd. Omdat de drive, in tegenstelling met de oudere Atari- modellen, direct data doorgeeft aan de disk-chip verlopen schijfoperaties met de hoogst haalbare snelheid. Een tweede drive kan zonder meer worden aangesloten aan de achterzijde van de eerste drive.
De schijfjes hebben een ongeformatteerde opslagcapaciteit van 0,5 of 1Mb, afhankelijk van de uitvoering van de schijf. De meegeleverde drive is goed voor 500K.
Uniek voor een machine in deze prijsklas se is de standaard aanwezige harde-schijf aansluiting. Volgens Atari zal de harde schijf, met naar verwachting een opslagcapaciteit van 10Mb, op korte termijn beschikbaar zijn voor de absolute bodem- prijs van tweeduizend gulden. De apparatuur van de 520, met name de DMA- besturing, staat er in ieder geval garant voor dat de beschikbaarheid van een har de schijf maximaal kan worden uitgebuit.
GRAFISCHE VOORZIENINGEN
Afhankelijk van de gebruikte monitor kent de 520 verschillende grafische standen. In de zogeheten Hi-res zwartwit instelling, en bij gebruik van de bijgeleverde monitor, is een schermresolutie van 640x400 beeldpunten mogelijk. In de kleurenstand, en met een RGB-monitor, kan de gebruiker kiezen uit 320x200 beeldpunten (zestien kleuren) of 640x200 (vier kleuren). In de hi-res stand lijkt de 520 vanzelfsprekend het meest op de Macintosh. Wij zagen een demo die op een in vieren gedeeld scherm een viertal gedigitaliseerde foto’s van Atari-medewerkers toonde, een opvallend staaltje van de uitstekende grafische voorzieningen. Maar ondanks de hogere zwart-wit resolutie ziet het ernaar uit dat kleuren-systemen toch meer gewild zullen zijn, zeker gezien de scherpe prijs van de reeds aangekondigde kleuren-monitoren èn de alleszins acceptabele resolutie van minimaal 320x beeldpunten bij kleurgebruik. De vier of zestien kleuren, afhankelijk van de gekozen resolutie, zijn te kiezen uit een reeks van niet minder dan 512 kleuren.
BEELDSCHERM
De standaard bijgeleverde zwart-wit monitor heeft een beelddiameter van 29 centimeter. Contrast, helderheid en geluidssterkte zijn door middel van een drietal knoppen te regelen. Het beeld van de 520 is zonder meer gestoken scherp. Alleen als de voeding direct naast de monitor staat treden wat bibberverschijnselen op. Van de Macintosh wisten we natuurlijk al dat een witte achtergrond met zwarte tekens veel prettiger aandoet dan een donker scherm met groene letters, Het in vergelijking met de Mac iets grotere beeldscherm van de 520 staat in ieder geval garant voor een prima leesbaarheid van teksten en rust. voor de ogen.
TOETSENBORD
Het toetsenbord vormt zoals gezegd één geheel met de systeemkast. De ontwerpers keken niet op een toets meer of minder, zodat de 520 naast het normale toetsenbord tien functietoetsen en een apart numeriek toetsenbord meekreeg: in totaal 94 toetsen. De functietoetsen vormen een schuin vormgegeven rij langs de bovenzij de van de conventionele toetsen. Er zijn vier gescheiden toetsen voor de cursor besturing, HELP- en UNDO-toetsen en een aparte ENTER-toets voor het numeriek gedeelte. De 520 kan zich op dit punt meten met de beste zakelijke machines.
Het ‘gevoel’ van een toetsenbord wordt door vrijwel iedere gebruiker anders beoordeeld, maar wij konden in ieder geval uitstekend overweg op dat van de 520. De toetsen voelen stevig aan, de aanslag is prettig en trefzeker.
MUIS
De muis werkt optisch en is in gebruik prettiger dan het knaagdier van Apple. Ook voor de Atari geldt natuurlijk dat het gebruik van de muis behoorlijk wat tafel- of bureauruimte opeist. Bovendien zijn linkshandige mensen welhaast verplicht de muis rechtshandig te bedienen, daar de aansluiting zich aan de rechterkant van de computer bevindt. De linkshandige van het Kroontest-team had het gebruik echter snel onder de knie.
AANSLUITINGEN
De 520ST is voor een machine in zijn prijsklasse uitzonderlijk ruim voorzien van aansluitmogelijkheden. Voor een printer of modem zijn RS-232C serieel en Centronics parallel standaard aanwezig. Vreemd genoeg gebruikt Atari niet de standaard Centronics-steker, maar het type dat we van de IBM PC kennen. De aanwezige pinnetjes voldoen wel aan de Centronics-standaard. Een van de twee spelpookpoorten wordt gebruikt voor de muis.
Een RF-modulator ontbreekt, zodat een normaal televisietoestel niet als monitor kan fungeren. Maar aangezien een monitor standaard wordt bijgeleverd is dit geen bezwaar.
De eerdergenoemde MIDI-aansluiting is voor elektronische muziekinstrumenten als synthesizers een begrip. MIDI bestaat uit een in- en uitgaande seriële poort, die wordt gebruikt om elektronische instrumenten met elkaar in de pas te laten lopen en daarnaast gegevens uit te wisselen. Voor verstokte ‘toetsenleuners’ zal de MIDI-voorzienmg een dankbare bron voor experimenteren vormen. Ook andere ge bruikers kunnen er voordeel van verwachten. Omdat de MIDI eigenlijk niets meer is dan een snelle seriële bus (31 Kbit/seconde), moet het niet al te moeilijk zijn een lokaal netwerk van 520’s op te zetten, van zelfsprekend met de daarvoor benodigde programmatuur.
De floppy en harde-schijf-aansluitingen zijn al aan bod geweest, de andere aansluitingen op de machine zijn voor de monitor, een Rom-cassette en de voeding.
GEM
Over (3CM is in PCM al het nodige geschreven (zie PCM 5/85). GEM is in het kort een grafisch georiënteerd programma dat tussen de gebruiker en de systeemcommando’s van een computer in staat. In plaats van W in te toetsen, het commando voor de inhoudsopgave van schijfbestanden voor MS-Dos- en CP/M-machines, kan de GEM-gebruiker met de muis een pijl op het beeldscherm naar de afbeelding van een schijfje bewegen en twee keer klikken. In plaats van tekst verschijnt dan de in houd van een schijf in de vorm van tekeningen, oftewel pictogrammen. Om een programma op te starten beweeg je de pijl naar het desbetreffende pictogram, waar na je weer twee keer klikt. Met deze grafische toepassing zijn bestanden te kopiëren en te verwijderen, printers te installeren, schijven te formatteren; eigenlijk alles wat je met een conventioneel besturingssysteem kunt doen. Kortom: GEM maakt van een computer een Macintosh. Maar tegelijk verschilt GEM op een fundamenteel punt van de programmatuur die op de MAC draait: GEM-programmatuur is in principe geschikt voor elke computer die ook CP/M kent.
Digital Research heeft al geruime tijd versies van CP/M — de letters staan voor Graphics Environment Manager — gereed voor de meest verkochte zakelijke microcomputers. Die systemen zijn standaard echter niet uitgerust met een muis, een half megabyte Ram en een hoog oplossend beeldscherm: onmisbare attributen voor GEM. Mede hierom zijn programmatuur-producenten tot nu toe niet zo happig geweest speciale GEM produkten op de markt te brengen.
De Atari 520ST gaat in deze situatie ongetwijfeld verandering brengen, omdat deze machine standaard met GEM wordt geleverd, notabene in Rom (hoewel bij onze testmachine GEM nog van schijf moest worden geladen).
Als je de Atari aanzet, zie je meteen het typische ‘GEM-bureaublad’ op je monitor. Zelfs zonder handleiding kun je direct aan de slag.
Voor professionele programmeurs is GEM buitengewoon interessant. Je hoeft je geen zorgen te maken om allerlei hardware- zaken, maar je werkt in plaats daarvan met een zogeheten ‘virtual device interface’, een gestandaardiseerde set instructies waarmee je bijvoorbeeld het scherm aan- stuurt of de muis uitleest. Deze instructies ondersteunen, in tegenstelling tot bijvoor beeld MS-DOS, de krachtige grafische routines die GEM zijn gezicht geven. De programmeur die zich aan de r houdt, kan zijn of haar programma volgens Digital Research zonder meer over zetten naar een andere machine die GEM draait. Geïnteresseerde hobbyisten zullen ook wel raad weten met GEM. Het doorworstelen van enkele kilo’s papier wordt immers beloond met programma’s die prettig in het gebruik zijn en tegelijk goed ogen.
De Atari 520ST is momenteel de goedkoopste machine waarop C draait, maar zeker niet de slechtste. In vergelijking met micro’s die op de 80xx-serie microprocessoren zijn gebaseerd (IBM pc en klonen) zijn de prestaties van GEM op de 520 zelfs beter. De op 8 MHz draaiende
68000 is hier vanzelfsprekend verantwoordelijk voor.
Het lijdt geen twijfel dat grafisch georiënteerde programmatuur aan computers een veel vriendelijker gezicht verschaft, en het werken met gecompliceerde programma’s in veel gevallen sterk vereenvoudigt. Dit vereist echter een andere opstelling van de programmeur. Het slordig omzetten van bijvoorbeeld een bestaande tekstverwerker als Wordstar zet geen zoden aan de dijk. De programmeur moet ‘grafisch denken’.
Atari heeft vanuit GEM zelf wat voorzieningen in de systeem-programmatuur op genomen. Er is een eenvoudig terminalprogramma (vT52-emulator) aanwezig, alsmede een programma om de printer te installeren en een controle-paneel voor het instellen van toetsenbord, kleuren en geluidseffecten.
Het eigenlijke besturingssysteem van de 520, onzichtbaar voor de gemiddelde ge bruiker, heet TOS: Tramiel Operating Systeem, geschreven door een zoon van Jack. In feite is het een vreemde mengeling van commando’s uit CP/M, MS-DOS en zelfs u gebaseerd op CP/M68, de 68000-versie van Digital Research’s bekende os.
Helemaal luisvrij was onze versie van GEM nog niet, precies de reden dat de machine in eerste instantie zonder Rom werd geleverd. Heel aardig waren de bommetjes die soms bij een crash in beeld verschenen; we hopen echter dat de gebruikers van de Rom-gebaseerde GEM hiervan verschoond zullen blijven.
MEEGELEVERDE
PROGRAMMATUUR
Het is de bedoeling dat de 520 standaard wordt geleverd met GEM, Basic en Logo. Wij hadden voor de Kroontest alleen de beschikking over GEM en Logo, omdat het Basic nog vol fouten zat. Logo is een krachtige taal die in kleine kring grote populariteit geniet. Een Fourier-analyse hoef je er niet mee aan te pakken, maar voor het maken van grafische afbeeldingen met een ‘schildpad’ als cursor is Logo heel aardig. De taal heeft bovendien verwantschappen met Lisp, de huistaal voor kunstmatig intelligente programma’s. Logo leent zich dan ook prima voor het op zetten van bijvoorbeeld adventures.
De Digital Research versie van Logo maakt prima gebruik van de mogelijkheden die GEM biedt, een uitgemaakte zaak natuurlijk. Zo heb je aparte vensters voor het redigeren en Listen van programma’s, en een voor de grafische uitvoer van een programma. Daarnaast wordt uitgebreid gebruik gemaakt van hu in vensters en muisbewerkingen.
Datzelfde hadden we graag van het Basic willen zeggen, want de beschikbaarheid van deze programmeertaal is natuurlijk een eerste vereiste voor een machine die ook op de hobbyist is gericht. Het ontbreken van het Basic is des te spijtiger, omdat de snelheidstests erbij inschieten. Wan neer we op het Logo afgaan, moet je concluderen dat deze programmeertaal, die zelf in de taal C is geschreven, niet uitblinkt door snelheid. In een vergelijking met de QL was de 520 twee maal langzamer, curieus voor een machine met een 68000 processor die op 8 MHz draait. Maar voor echte vergelijkingen met andere machines zullen we toch op het Basic moeten wachten.
Voor de Kroontest hadden wij de beschikking over een C-compiler en een 68000-assembler, programma’s die duidelijk nog revisie behoeven. De reset-knop wisten we na korte tijd blindelings te vinden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat deze programmeergereedschappen uit sluitend bedoeld zijn voor gebruik door programmatuurhuizen, en als zodanig niet van belang zijn voor de consument,
LEVERBARE PROGRAMMATUUR
We zijn nu beland bij wat voorlopig verre weg het zwakste punt van de nieuwe Atari zal blijven: het gebrek aan programma tuur. Allereerst een kanttekening. Atari heeft de 520ST in een verbazingwekkend kort tempo ‘uit de grond gestampt’, en programmatuurhuizen over de hele wereld beschikken pas enkele maanden over de machine. De response uit de software- branche is niettemin overweldigend: Atari raakte de eerste duizenden machines zon der moeite kwijt aan programmatuur- ontwikkelaars. Die begrijpen immers ook wel dat een machine van 3500 gulden met deze capaciteiten geheel nieuwe afzetmogelijkheden biedt.
De grote vraag is echter: hoe snel zullen kwaliteits-programma’s voor de 520ST op de markt verschijnen? De 68000-microprocessor en GEM vereisen bij de programmeurs nogal wat studie, en ervaring is er nog weinig. Digital Research, die OEM als
geen ander zou moeten kennen, zal op zeer korte termijn versies van OEM-Write en GEM-Draw voor de S20ST op de markt brengen, en erkende programmatuur-huizen als Ashton-Tate, Microsoft, Psion, Borland en Spinnaker hebben grootse plannen met de 520. Toch is er momenteel nog moeilijk pijl op te trekken hoe lang het zal duren voordat er een breed aanbod van veelgebruikte toepassingsprogram ma’s beschikbaar komt. Begin volgend jaar is volgens ons een optimistische schatting, maar door de hete adem van de concurrentie zullen de softwarehuizen hun uiterste best doen tijdig goede programma’s te leveren. Ook Nederlandse bedrijven als Aackosoft en Radarsoft zijn al in de slag met de ST.
DOCUMENTATIE
De bijgeleverde Engelstalige gebruiksaanwijzing voldoet om de gebruiker de weg te wijzen op het systeem. Veel informatie over de machine is er echter niet in te vin den, daarvoor is het wachten op de ‘Pro gram’s Reference Manual’ die binnenkort uitkomt. Aan de documentatie is duidelijk te merken dat Atari de machine snel op de markt heeft gebracht, want het stapeltje papieren dat men de Logo-handleiding noemt is eigenlijk niets meer dan een beschrijving van de functionele specificaties die alleen voor Logo-kenners te volgen is. Atari Nederland zal naar eigen zeggen aangepaste Nederlandstalige handleidingen bij de 520 gaan leveren. Het boek over Logo moet waarschijnlijk van een uitgever komen.
CONCLUSIE
De Atari 520ST is een unieke machine die Atari uit een benarde positie moet redden. Het kan vreemd lopen. Zo geef je geen cent meer voor een bedrijf, zo komt dat zelfde bedrijf met een nieuwe lijn computers en randapparatuur die de concurrentie doet verbleken.
Vanuit de apparatuur bezien, is de 520ST een machine die ongelooflijk veel prestaties aan een lage aanschafprijs koppelt. De gebruiksklare set van 3500 gulden is technisch bezien krachtiger dan bijvoor beeld een IBM PC of een Apple Macintosh. Voor hobbyprogrammeurs is deze machine zelfs zonder ook maar een enkel leverbaar programma een koopje. Normale stervelingen zullen echter moeten afwachten wat de programmatuur-schrijvers gaan doen. Wanneer op korte termijn zakelijke toepassingsprogramma’s â la Lotus 1-2-3 of Framework beschikbaar komen voor de 520, is deze machine een goede kandidaat voor de serieuze gebruiker met een klein budget. Die krijgt immers voor 6000 gulden (apparaat, printer en software) een systeem in handen dat zich zonder meer kan meten met veel duurdere produkten die nu op de markt zijn. Ook de Amiga van Commodore kost in een complete configuratie aanzienlijk meer.
Voor de hobbyist is 3500 gulden in één klap veel geld, hoewel een opgetuigde Sinclair Spectrum of Commodore 64 ook boven de tweeduizend gulden komt. Maar daarvan kun Je de componenten In etappes aanschaffen. Toch lijkt er een markt te bestaan voor ‘doorgroeiers’ die nu voor een aanvaardbaar bedrag een systeem met professionele allure kunnen kopen.
Het moet gek lopen wil de 52081 geen goede toekomst tegemoet gaan. In de programmatuur-race heeft Atari in ieder geval een forse voorsprong op de concurrentie, omdat softwarehaizen nu al enkele maanden met de 520 hebben kunnen werken. Andere fabrikanten die met soortgelijke machines op de markt willen komen, kijken dus tegen een achterstand aan van minimaal een half jaar.
Volgens ons zal het zeker nog driekwart jaar duren voordat er echt een ruim aan bod van goede programma’s voor deze innovatieve machine beschikbaar is. Dan pas zal Atari met de 520ST nieuwe massa- markten kunnen aanboren.
VOORDELEN
• technisch geavanceerd
• zeer ruim standaard werkgeheugen
• fraaie vormgeving
• prettig muisgebruik
• Rom-insteekcassettes van 128K
• randgeheugen met omvangrijke capaciteit
• tweede floppydrive en harde schijf direct aansluitbaar
• groot beeldscherm van prima kwaliteit en hoge (kleur)resolutie
• prettig toetsenbord
• standaard MIDI-aansluiting voor muziek en lokaal netwerk
• GEM gebruikersprogrammatuur
• brede belangstelling bij programmatuurontwerpers van naam
• gunstige prijs
NADELEN
• voorlopig nog weinig toepassingsprogrammatnur
• geen ruimte voor uitbreiding werkgeheugen
• minder gangbaar type Centronics steker
• gewone tv niet als monitor te gebruiken
• niet compatibel met andere systemen